Ann W. Mogelijk gemaakt door Blogger.
RSS
Posts tonen met het label verlies. Alle posts tonen
Posts tonen met het label verlies. Alle posts tonen

Het einde van ‘En toen werd ik mama’

Ik ben een zoeker. Dat zit in mijn aard dus dat zal vermoedelijk zo blijven. In mijn zoektocht de afgelopen jaren ben ik na de geboorte van mijn zoontje (al bijna acht jaar geleden!) gestart met een blog. Ik heb altijd graag geschreven. Opstellen als kind, gedichten als tiener, reisverhalen als twintiger. Op een dag hoorde ik iemand die bij een uitgeverij werkte, zeggen dat een blog de beste manier was om als schrijver je werk “bekend” te maken. Dus begon ik met volle moed en torenhoge verwachtingen aan ‘En toen werd ik mama’. 

De naam was snel gekozen aangezien ik net mama geworden was en alles plots rond dat kleine roze wezentje draaide. Ik las ‘Het Blogboek’ van Kelly Deriemaeker en volgde dit alsof het 'De Blogbijbel' was. Tot ik na een jaar of twee begon vast te lopen. Bloggen was geen hobby meer waar ik plezier uit haalde; het werd een verplichting. Ik las andere blogs omdat het er zogezegd bij hoorde, liet reacties na omdat het moest, postte wekelijks één of meer berichten omdat dit de norm was, … Mijn acties als blogger voelden niet meer oprecht en al snel kwam ik in een “blog burn-out” terecht. 

Dit kan ik wijten aan Kelly en haar veel te strakke regels, maar om eerlijk te zijn lag het waarschijnlijk vooral aan mezelf. Toen ik in 2016 mama werd van een tweede kindje kwam ik namelijk in een algemene burn-out terecht. (Of een depressie; een officieel label heb ik nooit gehad.) Ik ging in therapie en werkte aan mezelf. Het werd een lang en moeilijk proces. Schrijven deed ik steeds minder en als ik schreef, was het over de problemen waarmee ik kampte. 

In 2018 stierf mijn mama. Haar dood heeft me veel geleerd. Uiteindelijk brachten alle gebeurtenissen van die jaren me dichter bij mezelf. En daar, op dat punt in mijn leven, begon ik terug gedichten te schrijven. 

Steeds vaker kreeg ik bij een gedicht een beeld voor ogen en het verlangen groeide om dat beeld op papier te zetten. Het was een droom van mijn moeder om te leren schilderen en het voelde als een eerbetoon aan haar om me daar verder in te verdiepen. In 2018, het jaar van haar overlijden, nam ik naast de pen ook een penseel ter hand. 

Laten we eerlijk zijn, de eerste pogingen waren geen kunstwerken. Maar na veel oefenen, lukte het steeds beter om iets op papier te krijgen waar ik tevreden over was. 

Het voelde echter niet goed om binnen mijn vier muren te dichten en te schilderen en het daarbij te laten. Mijn psycholoog spoorde me op een dag aan mezelf terug meer in de wereld te zetten. Ik besloot een stap in die richting te zetten door mijn werk te delen. In 2019 werd een Instagramaccount geboren met de naam ‘Zielenvuur’. 

Ik had mijn ding gevonden. Zielenvuur, dat ben ik. Op Instagram, op Facebook en sinds kort ook op mijn eigen website. Ik heb een logo waar ik van hou en een eigen plekje om alles wat ik maak te delen. Gedichten, schilderijen, en sinds kort ook verhalen. Want ook schrijven op zich vind ik nog steeds fijn. Over het leven, over het mama zijn, over het zoeken… Het maakt niet uit. De rode draad is ‘Zielenvuur’: alles moet uit dat plekje komen waar ik echt en oprecht mezelf ben, uit mijn ziel. 

Geen regels meer volgen, niet meer voldoen aan verwachtingen. 

In het begin van dit nieuwe jaar wordt het tijd om het oude goed af te sluiten. Om afscheid te nemen van de mensen die hier kwamen lezen, soms of geregeld. Een dikke dankjewel (!!!) aan iedereen die ‘En toen werd ik mama’ gevolgd heeft op een bepaald moment doorheen de jaren. Ik genoot van elke reactie en van de contacten die ik hier had opgebouwd. 

Bij deze komt er nu ook officieel een einde aan dit hoofdstuk in mijn leven waar ik veel van heb geleerd. Helemaal klaar om me te engageren voor het volgende. En als je me graag volgt op Zielenvuur… wees van harte welkom! Ik zal ervan genieten je daar terug te zien. 

En toen werd ik mama - einde.



  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

Ann is er nog steeds en het gaat goed.

Hallo allemaal. Nog eens nieuws van mij. Gewoon omdat ik er zin in heb. Gewoon omdat het kan. Gewoon omdat ik me afvroeg hoe het nog met jullie is? (Mijn twee trouwe lezers, hihi.)

"Ann is doing okay"

Met mij gaat het alvast goed, zo goed dat ik dat toch even wou delen. Lange tijd heb ik hier dan ook geschreven over mijn slecht voelen, mijn worstelingen, mijn zoektocht. Niet naar geluk, maar gewoon naar een manier om de dag op een redelijke manier door te komen. Er is nooit een label op mijn toenmalige gemoedstoestand geplakt, maar laten we gerust stellen dat ik met een depressie of burn-out kampte die een heleboel problemen met zich meebracht. Ik lag met mezelf in de knoop, voelde me een beroerde mama (en was dat waarschijnlijk met momenten ook), verloor mijn zin in het leven, verloor bijna mijn man, verloor mijn moeder helemaal en een paar vriendschappen waaronder die met mijn (toen al 17 jaar) beste vriendin.

Maar ik besloot er iets aan te doen. Ik ging op zoek. Ik ging in therapie, leerde dat ik hoogsensitief ben, leerde dat voeding een heel belangrijke basis is die ik veel te lang genegeerd had, begon te mediteren, begon yoga te doen, investeerde in mezelf en in mijn relatie, leerde dat mijn zoontje autisme had en hoe ik daar mee om kan gaan… Het was een hele weg. Het is een hele weg.

Nu ben ik nog steeds in therapie, maar de hoofdvraag is niet meer: “Hoe kan ik me oké voelen? Hoe kan ik terug zin krijgen in mijn leven? Hoe kan ik leren genieten? ...” Centraal staat nu: “Ik heb terug zin en energie; waar ga ik die goesting nu op richten?” Ik ben een opleiding rond hoogsensitiviteit aan het volgen: Hoogsensitief & Happy. Bijna afgerond en zijn naam meer dan waard. Verder ben ik bij een darmtherapeute in begeleiding en ben ik mijn lichaam aan het verzorgen/genezen met de juiste voeding en supplementen. Ik kan nu volmondig zeggen: Ann, je bent goed bezig. Waw, wie had dat vijf jaar geleden gedacht?!

En Corona, dat is alvast iets waar ik niet aan onderuit ben gegaan, maar waarvoor ik de kracht al had om ook daar op een waardige manier mee om te gaan. 

Is het perfect? Nee. Maar dat is het leven nooit. Ik las onlangs een o zo ware uitspraak van Bart Peeters: Een relatie is als een coronacurve: als ze niet omhoog en omlaag gaat, dan is het geen relatie meer, dan is het een gewoonte geworden. Een goede relatie zit vol ups en downs en in mijn ogen het leven ook. Anders zou het best saai zijn, toch? Ik kan dat nu accepteren. Ik kan de mindere dagen beter dragen en de goede appreciëren. Bij mezelf, in mijn relatie en in het leven.

En nu genoot ik van die onbedwingbare goesting om te schrijven en hier weer iets neer te pennen. Voor wie het lezen wil. Gewoon omdat het kan.

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

Operation Day

Sommige lezers komen misschien uit de lucht vallen, maar bijna twee weken geleden ben ik geopereerd. Ik had al langer een gezwel in mijn baarmoeder, ook wel vleesboom of myoom genoemd. Vanaf de geboorte van onze kleine meid eigenlijk. In de afgelopen jaren is die vleesbol enkel groter en groter geworden, tot op het punt dat ik moest beslissen: Willen we nog kinderen? 
Zo ja, dan kon ik medicatie nemen om mijn gezwel te laten krimpen (een kuur van drie maanden), maar na die periode zou het myoom onherroepelijk weer beginnen groeien. Dit betekende dat ik de medicatiekuur om de zo veel maanden zou moeten herhalen. Met andere woorden: een straatje zonder einde dat je alleen maar inslaat als je nog een kind wil. 
Zo nee, dan zou niet alleen mijn vleesboom, maar ook mijn gehele baarmoeder eruit gaan. Standaard procedure blijkbaar. 

Met deze beslissing heb ik een tijd geworsteld. Mijn man en ik willen geen kinderen meer. De peuter en auti kleuter vullen ons leven al genoeg. Een extra kind zou ik eerlijk gezegd niet aankunnen. Dat wil niet zeggen dat het makkelijk is om de baarmoeder waarin ik mijn twee monstertjes gedragen heb, af te geven. En naar mijn gevoel, mijn vruchtbaarheid en daarmee een deel van mijn vrouwelijkheid. 

Ik wil hier heel open over praten en schrijven, omdat ik merk dat veel vrouwen hetzelfde probleem hebben/hadden. Mijn buurvrouw had een vleesboom, mijn tante, mijn schoonmoeder, een oud-collega... en ze hebben bijna allemaal hun baarmoeder laten verwijderen (bij één van hen was het niet meer nodig omdat ze aan haar menopauze begon). Feiten die ik grotendeels pas recent te weten ben gekomen. 

Na enkele maanden belde ik dan toch mijn gynaecoloog om een afspraak te maken voor een operatie. Ik besloot het onvermijdelijke niet langer te vermijden. Drie weken later zou ik onder het spreekwoordelijke mes gaan. 

De weken na mijn beslissing en voor de operatie had ik gemengde gevoelens. Ik was opgelucht omdat het besluit zelf me duidelijkheid en zekerheid gaf. Daarnaast was ik droevig omdat ik mijn baarmoeder liever niet had afgegeven, ook al had ze haar doel gediend. Ook moest ik nu de ideeën loslaten van misschien ooit nog eens (per ongeluk) zwanger te zijn, misschien ooit nog eens een baby in huis te hebben, misschien ooit mijn derde kindje (dat Sam zou noemen, jongen of meisje) in de armen te sluiten... en dat blijft moeilijk voor mij.



De laatste keer dat ik mijn maandstonden had, nu exact vier weken geleden, was dan ook heel raar en intens. Ik kon niet vatten dat ik nooit meer zou bloeden. Ook al vond ik de krampen en al het gedoe erbij niet leuk (understatement), en werd ik tegenwoordig echt een gigantisch emotioneel wrak die eerste dagen. Weemoedig dacht ik terug aan de eerste keer dat ik ongesteld was, ongeveer twintig jaar geleden. Ik zat in het tweede middelbaar en had examen wiskunde. Normaal was ik een gigantische streefbol die al haar tijd voor een examen gebruikte (al was het maar om alles twee keer na te kijken), maar die keer werkte ik mijn examen snel af en mijn punten konden me geen zier schelen. Toen ik mijn vinger opstak en mijn examen overhandigde met de vraag of ik naar het toilet mocht, keek de leerkracht me met een frons aan. Dit was geen typisch 'Anneke Wouters' gedrag. Of misschien zag ik gewoon lijkbleek. Want toen ik toestemming kreeg en rechtstond, zakte ik meteen door mijn benen en viel flauw. 

Ik wist niet of ik blij moest zijn of droevig dat ik maar twintig bloederige en pijnlijke jaren heb moeten doorstaan in plaats van veertig. Nog steeds niet eigenlijk. (Weet trouwens dat mijn eierstokken zijn blijven zitten dus hormonaal is alles nog hetzelfde. Ik ga niet in een vroegtijdige menopauze, gelukkig!) 

Naast opluchting en verdriet, maakte zich een steeds groter wordende angst van mij meester. Het idee groeide dat er misschien iets fout zou gaan tijdens de operatie. Misschien zou ik daar, in dat kale onpersoonlijke ziekenhuis, mijn onvermijdelijke dood tegemoet gaan. Een idee dat ongetwijfeld door het nog niet zo lang geleden overlijden van mijn moeder uitgelokt werd (die in een kaal, onpersoonlijk ziekenhuiskamertje gestorven is). Bovendien hebben de dood en ik (ongeveer negen maanden intussen) geen al te beste verstandhouding meer. Ze is veel te dichtbij gekomen en is een deel van mijn leven geworden. Ik kan ze niet meer negeren en doen alsof ze niet bestaat. Ik moet er mee omgaan. Hoe, dat ben ik nog steeds aan het uitzoeken. 

Donderdag 9 mei was het zo ver. Ik moest me om 8 uur 's morgens in het ziekenhuis aanmelden. Mijn man en de kindjes hebben me afgezet. Met tranen in de ogen nam ik afscheid van hen en keek ik de auto waarin mijn gezin zat nog even na. De gedachte flitste door mijn hoofd: Wat als ik hen nooit meer terug zou zien? Normaal zou mijn man terugkomen en me gezelschap houden, maar door de ochtenddrukte zou hij niet op tijd terug geraken. Vroeger had ik me dit nooit alleen zien doen. Dan had ik de wederhelft te alle tijde aan mijn zijde gewild. Ik was de dagen voor de operatie zo bang en zenuwachtig, maar op de dag zelf was ik sterk. Ik had alles gedaan wat ik moest doen. Alles geregeld dat er te regelen viel. Zelfs nog alle mensen gezien die ik wou zien voor ik zes weken revalidatie zou ingaan (of mijn onvermijdelijke dood). Zelfverzekerd stapte ik de grote draaideur van het ziekenhuis binnen. 

Tijdens het wachten in het kleine ziekenhuiskamertje had ik mijn meditatiemuziek opstaan. In alle rust wachtte ik tot de vroedvrouw mij kwam zeggen dat ik mijn schortje mocht aandoen. In die laatste momenten heb ik mijn moeder even heel dichtbij gevoeld en haar geruststellende woorden gehoord. Mijn gevoel van rust en vrede vergrootte daarmee alleen maar. Het was standaard procedure dat ik een pilletje moest nemen voor de operatie om te kalmeren, maar ik had het eigenlijk niet nodig. Ik was klaar, wat het resultaat ook zou zijn. 

Enkele uren later werd ik miserabel en groggy in een ziekenhuisbedje wakker. Ik leefde nog. 


Ik moest twee dagen in het ziekenhuis blijven en heb daar ondanks de pijn best wel van genoten. De stilte in mijn kamer, eten in bed (al was het typisch ziekenhuiseten), een vroedvrouw die mij de eerste avond heel liefdevol is komen wassen (wat zou ik een goede baby zijn), tv kijken vanuit mijn bed, mijn kinderen op bezoek zien komen maar tegen slaaptijd weer zien vertrekken (wat zou ik een goede grootouder zijn), doorslapen, langer dan tien minuten aan een stuk in een boek kunnen lezen, me kunnen afvragen: wat ga ik de komende vier uur (!!!!!) met mijn tijd doen, … Hemels! 

De eerste week ging het herstel met grote ups en downs gepaard. Er waren goede dagen waarop ik al iets kon betekenen en slechte dagen waarop ik me liever in de zetel of op de slaapkamer terugtrok. Gelukkig heb ik een man die het huishouden hier nu runt en mij de nodige rust gunt (meestal dan toch). Het wordt alleen een beetje spannend tijdens de derde week van mijn revalidatieperiode, want dan heeft de wederhelft geen verlof en moet ik het alleen redden. (Daar worden intussen gelukkig ook oplossingen voor gezocht.) 

Al bij al is het genezingsproces en de pijn tot nu toe goed meegevallen. De grootste klap heb ik eigenlijk vorige week maandag gekregen en die was meer emotioneel van aard. Ik had namelijk het gekke (of niet zo gekke) idee om mijn baarmoeder terug te vragen en te begraven. Zo wou ik met een ritueel gepast en respectvol afscheid nemen van een orgaan dat mijn kinderen achttien maanden gedragen heeft, én het vruchtbare deel van mijn leven afsluiten. Dit kon echter niet, liet de receptioniste van de gynaecoloog me die maandag weten. Mijn baarmoeder werd voor verder onderzoek in het laboratorium met een stof behandeld, waardoor ze niet teruggegeven of begraven mocht worden. 

Ik zou mijn baarmoeder nooit meer bij me hebben en dat feit kwam ineens heel hard binnen. 

Die nacht had ik ook de meest mooie maar moeilijke droom over mijn moeder. Door de operatie en alles daarrond, miste ik haar enorm. Dit is de tijd dat je graag naar je mama belt om je hart te luchten, om hulp te vragen... In situaties zoals dit zou ze bijna elke dag (tot vervelens toe) vragen hoe het met me ging. Maar dat doet ze nu niet, want ze is er niet meer. 

De dagen die daarop volgden, voelde ik een diep verlies. En dat gevoel is nog steeds heel sterk aanwezig. 

Het operatieverhaal is nog niet helemaal gedaan. Elke dag voel ik me een beetje beter en elke dag ben ik beter te been. Het verbaast me hoe sterk een mensenlichaam is en hoe snel onze wonden genezen. Maar emotioneel is er nog werk aan de winkel. De wonden in je hart lijken toch altijd iets meer tijd nodig te hebben om te helen...


Er zijn geen klokken
in het land van rouw.
Geen voorgeschreven tijd.
Niets dwingt mij daar vooruit.
Ik neem 
de tijd om door te gaan.
(Marijke van Geest)


  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS