Ann W. Mogelijk gemaakt door Blogger.
RSS

Operation Day

Sommige lezers komen misschien uit de lucht vallen, maar bijna twee weken geleden ben ik geopereerd. Ik had al langer een gezwel in mijn baarmoeder, ook wel vleesboom of myoom genoemd. Vanaf de geboorte van onze kleine meid eigenlijk. In de afgelopen jaren is die vleesbol enkel groter en groter geworden, tot op het punt dat ik moest beslissen: Willen we nog kinderen? 
Zo ja, dan kon ik medicatie nemen om mijn gezwel te laten krimpen (een kuur van drie maanden), maar na die periode zou het myoom onherroepelijk weer beginnen groeien. Dit betekende dat ik de medicatiekuur om de zo veel maanden zou moeten herhalen. Met andere woorden: een straatje zonder einde dat je alleen maar inslaat als je nog een kind wil. 
Zo nee, dan zou niet alleen mijn vleesboom, maar ook mijn gehele baarmoeder eruit gaan. Standaard procedure blijkbaar. 

Met deze beslissing heb ik een tijd geworsteld. Mijn man en ik willen geen kinderen meer. De peuter en auti kleuter vullen ons leven al genoeg. Een extra kind zou ik eerlijk gezegd niet aankunnen. Dat wil niet zeggen dat het makkelijk is om de baarmoeder waarin ik mijn twee monstertjes gedragen heb, af te geven. En naar mijn gevoel, mijn vruchtbaarheid en daarmee een deel van mijn vrouwelijkheid. 

Ik wil hier heel open over praten en schrijven, omdat ik merk dat veel vrouwen hetzelfde probleem hebben/hadden. Mijn buurvrouw had een vleesboom, mijn tante, mijn schoonmoeder, een oud-collega... en ze hebben bijna allemaal hun baarmoeder laten verwijderen (bij één van hen was het niet meer nodig omdat ze aan haar menopauze begon). Feiten die ik grotendeels pas recent te weten ben gekomen. 

Na enkele maanden belde ik dan toch mijn gynaecoloog om een afspraak te maken voor een operatie. Ik besloot het onvermijdelijke niet langer te vermijden. Drie weken later zou ik onder het spreekwoordelijke mes gaan. 

De weken na mijn beslissing en voor de operatie had ik gemengde gevoelens. Ik was opgelucht omdat het besluit zelf me duidelijkheid en zekerheid gaf. Daarnaast was ik droevig omdat ik mijn baarmoeder liever niet had afgegeven, ook al had ze haar doel gediend. Ook moest ik nu de ideeën loslaten van misschien ooit nog eens (per ongeluk) zwanger te zijn, misschien ooit nog eens een baby in huis te hebben, misschien ooit mijn derde kindje (dat Sam zou noemen, jongen of meisje) in de armen te sluiten... en dat blijft moeilijk voor mij.



De laatste keer dat ik mijn maandstonden had, nu exact vier weken geleden, was dan ook heel raar en intens. Ik kon niet vatten dat ik nooit meer zou bloeden. Ook al vond ik de krampen en al het gedoe erbij niet leuk (understatement), en werd ik tegenwoordig echt een gigantisch emotioneel wrak die eerste dagen. Weemoedig dacht ik terug aan de eerste keer dat ik ongesteld was, ongeveer twintig jaar geleden. Ik zat in het tweede middelbaar en had examen wiskunde. Normaal was ik een gigantische streefbol die al haar tijd voor een examen gebruikte (al was het maar om alles twee keer na te kijken), maar die keer werkte ik mijn examen snel af en mijn punten konden me geen zier schelen. Toen ik mijn vinger opstak en mijn examen overhandigde met de vraag of ik naar het toilet mocht, keek de leerkracht me met een frons aan. Dit was geen typisch 'Anneke Wouters' gedrag. Of misschien zag ik gewoon lijkbleek. Want toen ik toestemming kreeg en rechtstond, zakte ik meteen door mijn benen en viel flauw. 

Ik wist niet of ik blij moest zijn of droevig dat ik maar twintig bloederige en pijnlijke jaren heb moeten doorstaan in plaats van veertig. Nog steeds niet eigenlijk. (Weet trouwens dat mijn eierstokken zijn blijven zitten dus hormonaal is alles nog hetzelfde. Ik ga niet in een vroegtijdige menopauze, gelukkig!) 

Naast opluchting en verdriet, maakte zich een steeds groter wordende angst van mij meester. Het idee groeide dat er misschien iets fout zou gaan tijdens de operatie. Misschien zou ik daar, in dat kale onpersoonlijke ziekenhuis, mijn onvermijdelijke dood tegemoet gaan. Een idee dat ongetwijfeld door het nog niet zo lang geleden overlijden van mijn moeder uitgelokt werd (die in een kaal, onpersoonlijk ziekenhuiskamertje gestorven is). Bovendien hebben de dood en ik (ongeveer negen maanden intussen) geen al te beste verstandhouding meer. Ze is veel te dichtbij gekomen en is een deel van mijn leven geworden. Ik kan ze niet meer negeren en doen alsof ze niet bestaat. Ik moet er mee omgaan. Hoe, dat ben ik nog steeds aan het uitzoeken. 

Donderdag 9 mei was het zo ver. Ik moest me om 8 uur 's morgens in het ziekenhuis aanmelden. Mijn man en de kindjes hebben me afgezet. Met tranen in de ogen nam ik afscheid van hen en keek ik de auto waarin mijn gezin zat nog even na. De gedachte flitste door mijn hoofd: Wat als ik hen nooit meer terug zou zien? Normaal zou mijn man terugkomen en me gezelschap houden, maar door de ochtenddrukte zou hij niet op tijd terug geraken. Vroeger had ik me dit nooit alleen zien doen. Dan had ik de wederhelft te alle tijde aan mijn zijde gewild. Ik was de dagen voor de operatie zo bang en zenuwachtig, maar op de dag zelf was ik sterk. Ik had alles gedaan wat ik moest doen. Alles geregeld dat er te regelen viel. Zelfs nog alle mensen gezien die ik wou zien voor ik zes weken revalidatie zou ingaan (of mijn onvermijdelijke dood). Zelfverzekerd stapte ik de grote draaideur van het ziekenhuis binnen. 

Tijdens het wachten in het kleine ziekenhuiskamertje had ik mijn meditatiemuziek opstaan. In alle rust wachtte ik tot de vroedvrouw mij kwam zeggen dat ik mijn schortje mocht aandoen. In die laatste momenten heb ik mijn moeder even heel dichtbij gevoeld en haar geruststellende woorden gehoord. Mijn gevoel van rust en vrede vergrootte daarmee alleen maar. Het was standaard procedure dat ik een pilletje moest nemen voor de operatie om te kalmeren, maar ik had het eigenlijk niet nodig. Ik was klaar, wat het resultaat ook zou zijn. 

Enkele uren later werd ik miserabel en groggy in een ziekenhuisbedje wakker. Ik leefde nog. 


Ik moest twee dagen in het ziekenhuis blijven en heb daar ondanks de pijn best wel van genoten. De stilte in mijn kamer, eten in bed (al was het typisch ziekenhuiseten), een vroedvrouw die mij de eerste avond heel liefdevol is komen wassen (wat zou ik een goede baby zijn), tv kijken vanuit mijn bed, mijn kinderen op bezoek zien komen maar tegen slaaptijd weer zien vertrekken (wat zou ik een goede grootouder zijn), doorslapen, langer dan tien minuten aan een stuk in een boek kunnen lezen, me kunnen afvragen: wat ga ik de komende vier uur (!!!!!) met mijn tijd doen, … Hemels! 

De eerste week ging het herstel met grote ups en downs gepaard. Er waren goede dagen waarop ik al iets kon betekenen en slechte dagen waarop ik me liever in de zetel of op de slaapkamer terugtrok. Gelukkig heb ik een man die het huishouden hier nu runt en mij de nodige rust gunt (meestal dan toch). Het wordt alleen een beetje spannend tijdens de derde week van mijn revalidatieperiode, want dan heeft de wederhelft geen verlof en moet ik het alleen redden. (Daar worden intussen gelukkig ook oplossingen voor gezocht.) 

Al bij al is het genezingsproces en de pijn tot nu toe goed meegevallen. De grootste klap heb ik eigenlijk vorige week maandag gekregen en die was meer emotioneel van aard. Ik had namelijk het gekke (of niet zo gekke) idee om mijn baarmoeder terug te vragen en te begraven. Zo wou ik met een ritueel gepast en respectvol afscheid nemen van een orgaan dat mijn kinderen achttien maanden gedragen heeft, én het vruchtbare deel van mijn leven afsluiten. Dit kon echter niet, liet de receptioniste van de gynaecoloog me die maandag weten. Mijn baarmoeder werd voor verder onderzoek in het laboratorium met een stof behandeld, waardoor ze niet teruggegeven of begraven mocht worden. 

Ik zou mijn baarmoeder nooit meer bij me hebben en dat feit kwam ineens heel hard binnen. 

Die nacht had ik ook de meest mooie maar moeilijke droom over mijn moeder. Door de operatie en alles daarrond, miste ik haar enorm. Dit is de tijd dat je graag naar je mama belt om je hart te luchten, om hulp te vragen... In situaties zoals dit zou ze bijna elke dag (tot vervelens toe) vragen hoe het met me ging. Maar dat doet ze nu niet, want ze is er niet meer. 

De dagen die daarop volgden, voelde ik een diep verlies. En dat gevoel is nog steeds heel sterk aanwezig. 

Het operatieverhaal is nog niet helemaal gedaan. Elke dag voel ik me een beetje beter en elke dag ben ik beter te been. Het verbaast me hoe sterk een mensenlichaam is en hoe snel onze wonden genezen. Maar emotioneel is er nog werk aan de winkel. De wonden in je hart lijken toch altijd iets meer tijd nodig te hebben om te helen...


Er zijn geen klokken
in het land van rouw.
Geen voorgeschreven tijd.
Niets dwingt mij daar vooruit.
Ik neem 
de tijd om door te gaan.
(Marijke van Geest)


  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

Mama, waarom heb je toen niet meer gedaan?


Het is intussen al enkele weken geleden dat ik dacht: Was ik maar terug zeventien jaar, dan kon ik mee actie voeren met de jongeren voor het klimaat. Waarom was onze generatie niet zo ondernemend? Waarom ben ik niet zo? 

Een rusteloos gevoel overviel me en ging niet meer weg.

De acties van Anuna De Wever en Greta Thunberg (Youth for climate) zijn gewoonweg inspirerend. Eindelijk komt er iemand op voor wat er echt toe doet. Eindelijk vecht er iemand voor het klimaat, én dan zijn het nog twee tieners ook. Respect! Een deel van mij zou graag meedoen, liefst heel onze generatie mee optrommelen en volop protesteren. (Wij hebben toch een even grote verantwoordelijkheid, niet?) Laten we elke donderdag niet gaan werken en heel onze economie lam leggen. Ja! 
Iets zegt me dat het eenzame stakingen zullen worden. Daarvoor zijn we te plichtsbewust. We zijn bang om ons inkomen te verliezen en verstoppen ons eerder achter een laptop en smartphone of gaan braaf in het weekend marcheren. (Schuldig.)

Oké, to be fair, er is wel vanalles op til. We laten het werk niet alleen over aan de jeugd. Toch maakt het me droevig dat er 'maar' 70 000 mensen op straat kwamen eind januari voor de klimaatmars in Brussel. Of dat er 'maar' 216 000 landgenoten tekenden op Sign For My Future voor een beter klimaatbeleid. We zijn tenslotte met meer dan 11,35 miljoen Belgen. In verhouding lijken dat dus verwaarloosbare aantallen. Waarom ging trouwens de 'Sign for my future' badge op Facebook niet even viraal als 'Je suis Charlie'? Terwijl de huidige situatie toch even bedreigend, zo niet nog bedreigender, is voor de toekomst van onze kindjes? Nee, dat snap ik dus niet. Je suis désolé. (Wat volgens Madonna 'ik ben droevig' wil zeggen ;-)) 

Ik vroeg me af: Doen we wel genoeg? Of beter: Doe ik wel genoeg? (Want het is heel gemakkelijk om te klagen over een ander, maar zelf iets veranderen is een ander paar mouwen.)

De feiten op een rij

Toen ik kind was, zo'n twintig jaar geleden (Omg, is dat echt al zo lang geleden?), leerden we al over de opwarming van aarde. Ja, dit is normaal, maar het tempo waarin dit gebeurt, is sneller dan ooit. Logisch als je weet dat de opwarming van de aarde beïnvloed wordt door CO2 gassen en dat menselijke activiteit (met de auto rijden, de industrie, vlees eten!, ...) daar de voornaamste oorzaak van is. Neem dan ook nog eens het feit dat de bevolking wereldwijd in sprongen toeneemt. Intussen staat de teller op 7,69 miljard. (Het is bijna angstaanjagend hoe snel de teller gaat trouwens.) Twintig jaar geleden telde de wereld nog 'maar' 6 miljard mensen. 

Veel mensen dus en veel CO2 gassen.

Wat kan ik doen om mijn CO2-uitstoot te beperken?


Mijn ogen zijn beginnen opengaan na het zien van de documentaire Cowspiracy. Intussen ook weeral drie jaar geleden. Ik dacht altijd: wil je goed doen voor het milieu, neem dan het openbaar vervoer of de fiets en rijdt zo weinig mogelijk met de auto. Tot Kip Andersen me duidelijk maakte dat het eten van vlees een veel grotere impact heeft op de uitstoot van CO2. Een feit dat zorgvuldig in de doofpot werd gestoken. Een nee, dan gaat het niet over de koeienscheten (zij vormen slechts een klein deel van het probleem), maar meer over de middelen die nodig zijn om uiteindelijk tot één stukje vlees te komen (de hoeveelheid water, land, eten, ...) Zo is voor één steak maar liefst 4000 liter water nodig.

Bijgevolg is mijn man sinds de geboorte van onze dochter vegetariër en stap voor stap treed ik in zijn voetsporen. Nee, gemakkelijk vind ik het niet. Ik ben zot op spek, salami en gehakt. Maar soms zijn er van die momenten in je leven die een keerpunt zijn en het zien van Cowspiracy is er daar één van. Je kan nooit teruggaan naar 'het niet weten' en vlees eten zonder schuldgevoel.

Blij ben ik ook met de open brief waarin wetenschappers de actievoerende jongeren groot gelijk geven. Er moeten NU structurele maatregelen komen om de opwarming van de aarde te beperken tot onder de 2 graden. Zo niet, dan staan er ons rampzalige gevolgen te wachten. Er zullen alleen maar meer en meer weersextremen voorkomen zoals hittegolven, droogtes en overstromingen. Van zodra we de grens van 2 graden opwarming bereiken, lopen we blijkbaar de kans dat de klimaatopwarming zichzelf gaat versterken. 

Is dit iets dat we tegen 2050 aan onze kinderen willen uitleggen? Ik wil alvast niet dat deze ogen mij aankijken en vragen: "Mama, waarom heb je toen niet meer gedaan?"


Waarom ondernemen we niet meer actie?


Mijn onrust en frustratie maakten plaats voor mildheid. Misschien doen we dat wel, gewoon niet zo out in the open als de jongeren. We 'vind-ik-leuk'-en de acties van de jongeren en klimaatmarsen op Facebook. Er zijn nog nooit zo veel artikels en interviews rond het hele gebeuren gedeeld als nu. We roepen op tot actie via internet of tv... (Ik denk bijvoorbeeld weer aan de petitie van Sign For My Future die ik ook bij verschillende vrienden heb zien passeren.)

En ik denk niet dat het daar zal stoppen.

And then there was hope...

Na mijn rusteloos en verontwaardigd gevoel, is er nu plaats voor hoop. De stem van de jongeren klinkt luider en luider, ik zie in de media veel berichten van oudere generaties die hen steunen (en mee gaan marcheren), er lijken eindelijk ook dingen in beweging te komen op het beleidsniveau... Er is iets tot leven gekomen en dat is zo mooi om te zien. 

En ik? Naast het zo afvalvrij mogelijk leven, vermijden van plastiek afval, zo veel als ik kan de fiets nemen, zo zuinig mogelijk met alle hulpbronnen (vb. water, elektriciteit, ...) proberen omgaan... ben ik vanaf heden alvast officieel vegetariër. 

Laten we er samen voor zorgen dat onze kinderen ons later dankbaar zullen zijn voor alles wat we nu voor hen doen. Let's make them proud!

En dat er morgen weer veel mensen op straat mogen komen! Ik ben alvast trots op iedereen die mee doet.

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

Mijn bitterzoete herinnering

Ik zie me daar nog zitten, op de trap voor het station. Vijftien jaar, lang blond haar, kledij die verstopte hoe mooi ik toen was en op van de zenuwen. We kenden elkaar al enkele maanden (of langer), maar eigenlijk ook niet. We hadden elkaar enkel via internet en telefoon gesproken en een foto van elkaar uitgewisseld die ik soms met een lach bekeek. Ik keek graag naar jouw ogen die leken te stralen van plezier. Of naar je mooie zwarte haren waar ik toen al graag mijn hand door wou halen. 

Maar we waren enkel vrienden, niet meer. Vooral omdat ik dacht dat je nooit voor iemand zoals ik zou vallen. Iemand die zo in zichzelf gekeerd was, amper vrienden had en het tegenovergestelde van populair. Jij, iemand die zo vlot kon praten en honderduit vertelde over de leuke dingen die je deed met je vrienden en vriendinnen. Hadden we samen in de klas gezeten, dan hadden we elkaar nooit gesproken. Zo werkt dat nu eenmaal in de puberteit. Punt.

“Hallo” Ik schrok toen je met een grote lach naast mij kwam zitten. Verlegen zei ik hallo terug. “Ben je hier al lang aan het wachten?” Gelukkig niet, want het was al donker en maar net warm genoeg om het niet al te koud te hebben in mijn trui. “Heb jij lang op de trein moeten zitten?” vroeg ik bij gebrek aan iets origineler. Toch wel even, want je moest van Oost-Vlaanderen komen. Gelukkig niet al te ver in de provincie dus je dialect was heel verstaanbaar, zelfs aangenaam om naar te luisteren. Zucht, jij was gewoon aangenaam om naar te luisteren. Stiekem was ik al maanden verliefd op jou en heb ik dat nooit willen toegeven. 

Eigenlijk had ik al een vriendje. Mijn eerste vriendje. Iemand die ik graag zag, maar waar ik eigenlijk niet heel erg verliefd op was. Toen hij en ik elkaar leerden kennen, was ik jong en wanhopig op zoek naar liefde. Ik moest en zou een lief hebben en hij was de enige jongen die daartoe bereid was (op dat moment). De enige jongen die mij aantrekkelijk leek te vinden. Dus koos mijn minderwaardigheidsgevoel voor een jongen die eigenlijk niet zo goed bij me paste. Ook al voelde ik dat er iets niet juist zat, het uitmaken of hem bedriegen wou ik niet. Dus verborg ik ergens heel diep de gevoelens die ik had voor jou. 

Wist jij wat ik voor jou voelde? Die avond dat we elkaar voor het eerst zagen, is intussen 18 jaar geleden. Eerlijk? Ik herinner me er niet veel van. Ik herinner me jou, ik herinner me jouw ogen, ik herinner me jouw lach. Ik weet nog dat je veel praatte en dat ik zoals altijd graag naar jou luisterde. En toen zaten we plots in het park, in het huisje boven aan de glijbaan. Ik zat tussen jouw benen. Hoe ik daar terecht was gekomen, weet ik niet meer. (Maar als ik iets wou, dan vond ik wel een manier om het gedaan te krijgen.) Plots streelde jouw wang tegen de mijne. Ik voelde de drang om jou te kussen, maar mijn hoofd hield me tegen. Onze lippen hebben elkaar nooit bereikt, maar wat volgde was een intiem moment dat ik nog steeds koester. De tijd stond even stil.

Stiekem zou ik wel eens willen teruggaan naar dat moment. Even terug jij en ik.

Maar de klok tikte onherroepelijk verder. Niet veel later ging jij naar het station en wandelde ik terug naar huis.

In de tijd die volgde begon ik domme dingen te doen. Ik wou het uitmaken met mijn vriendje en bij jou zijn, maar ik wou koste wat het kost niet alleen zijn. Dus zette ik jou voor een ultimatum waarna ik jaren niets meer van je gehoord heb. “Dus ofwel beginnen we nu een relatie, ofwel hebben we geen contact meer?” vroeg jouw stem aan de andere kant van de lijn. Mijn hart brak toen je zei dat we elkaar dan niet meer zouden spreken. Je wou het tijd geven om te groeien en niet ineens in een relatie springen. Toen je moest kiezen tussen alles of niets, bleek het dan toch 'niets' te zijn voor jou.

Soms vraag ik het mij af. Was je nu verliefd op mij of niet? Of was ik gewoon 'easy to talk to' en zat ik onherroepelijk in 'the friend zone'? Wat heb ik voor jou betekend? 
Het cliché is denk ik wel waar; dat je nooit beseft hebt wat er voor je neus stond. (Of in ons geval: aan de andere kant van de lijn hing.) 

Of toch niet op tijd.

Het gekke is dat ik je jaren later nog één keer heb gezien. Ik weet niet wie van ons het initiatief had genomen (ik waarschijnlijk), maar we hadden terug contact en we hadden nog eens afgesproken. Waarom heb ik die dingen toen niet aan je gevraagd? Ik herinner me vooral een heel stroef lopend gesprek. Volgens mij lag het deels aan de plaats waar we hadden afgesproken, want ik voelde me daar helemaal niet op mijn gemak. Ook zag je er heel anders uit. Ik vertelde niet veel en als ik iets zei, dan leek ik het verkeerde te zeggen. Want ja, we hebben wel altijd een relatie gehad waarin we elkaar plaagden (of ik jou plaagde) en dat geregeld in ruzie ontaarde (want volgens mijn man kan ik niet plagen). Het gekke is dat ik er vroeger misschien wel van hield om ruzie met je te maken. Zo wist ik tenminste dat ik toch iéts bij jou teweeg bracht. Old habits die hard.

In deze moderne tijd is het makkelijk om te weten hoe je er nu uitziet. Ik was blij om te zien dat de man die je nu bent terug dichter ligt bij de jongen die ik ooit heb gekend. Ben je gelukkig? Heb jij ook kinderen? Hoe ziet jouw leven er nu uit? Denk jij al eens aan mij? 

Ik heb een man en twee kinderen, mijn leven ziet er mooi maar ingewikkeld uit en ik ben gelukkig. Tegenwoordig denk ik wel eens aan jou en aan hoe het had kunnen zijn. Niet dat wij een goed koppel hadden geweest (daarvoor zijn we denk ik te verschillend), maar we hebben nooit de kans gehad om het uit te zoeken. 

Ach ja... 

Ik, heb intussen gekozen voor een andere man en een ander leven. 
Jij, zal voor altijd ergens een vraagstuk blijven. En een bitterzoete herinnering. 

Misschien zijn sommige mensen voorbestemd om niet meer te zijn dan dat.



  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

Kinderpraat


Na de dood van mijn moeder was er even niets om over te schrijven. Alleen herinneringen aan haar en veel verdriet, meer kwam er niet uit mijn figuurlijke pen. Het gewone leven ging voort, maar voor mij stond de wereld stil. Schrijven over de gewone dingen des levens kon ik niet over mijn hart krijgen. Maar blijven stilstaan is geen optie, zeker niet met twee kleine kindjes die op hun mama rekenen. Ondanks mijn verdriet (en een grote angst voor de dood), ben ik intussen op een bepaalde manier gelukkiger dan ooit. Ik kan des te meer appreciëren wat ik wél heb: mijn gezin, mijn man, mijn kindjes, mijn familie, mijn vrienden en mijn gezondheid. Het leven heeft zijn vanzelfsprekendheid verloren en dat is eigenlijk goed, zelfs iets om dankbaar voor te zijn. Pas nu leer ik echt genieten. Van mijn kindjes bijvoorbeeld. Mijn jongste is bijna twee en een half en uit haar mondje komt de ene gekke uitspraak na de andere. Zo groeide het idee om alles wat ze zoal vertelt op te schrijven en in een leuk bericht te gieten. (Zoals vroeger "Dexter spreekt" en nu "Flo spreekt" op Tales from the crib, die stukjes vond ik echt heerlijk om te lezen.)

Wist je trouwens dat mijn moeder in één van onze laatste gesprekken gezegd heeft dat ze mijn blog niet meer las? Ze lag altijd wakker de nacht nadien zei ze. Ik denk dat de berichten over mijn moeilijk(e) jaar(en) bij haar erg binnen kwamen. Ja, ik heb lang diep gezeten en mijn schrijfsels waren ook geruime tijd donkerder gekleurd. Intussen heb ik het gevoel dat ik er als een beter mens ben uitgekomen, ondanks de dood van mijn lieve moeder (of misschien mede dankzij). Deels voor haar wil ik op deze blog ook de zon terug wat meer laten schijnen. En wat is er mooier dat een post over my sassy girl om de draad hier (en waarschijnlijk ook in ruimere zin) weer op te pikken? 


Kleine meid: Ik heb buikpijn. Mag ik siroopje alsjeblief? (beleefd is ze wel)
Mama: Die siroop is niet voor buikpijn, dat is een medicijn voor de hoest.
Kleine meid: Hoest demonstratief. Mag ik dan nu een chocola?
(Dat komt ervan als je kindjes een chocolaatje krijgen als beloning na het nemen van hun hoestsiroop...) 
(Wat zijn die tweejarigen toch al slim!)

Diezelfde middag gaat Kleine meid plots op de grond liggen.
Mama: Meisje wat is er?
Kleine meid: Ik heb buikpijn.
Mama: Enya, ben je aan het jokken? Wil je stiekem gewoon een chocolaatje?
Kleine Meid: Lacht met die deugenietenoogjes en mama weet genoeg.

Het is ochtend! Dit kan ze out of the blue zeggen op elk moment van de dag.

Ik wil niet slapen! (roept ze heel boos en opstandig)
Nog geen vijf minuten later...


"Ik wil niet..." is trouwens haar favoriete zin en kan je echt naar believen aanvullen. 
Ik wil niet naar school (ze moet helemaal nog niet naar school), ik wil niet op het potje (nogal lastig, want we zijn bezig met de potjestraining), ik wil niet die trui aan (ook al heeft ze die net zelf gekozen), ik wil niet mee naar de winkel, ik wil niet..., ik wil niet...
Zuuuuucht!! Mama wordt er geregeld zot van!

Dat is niet van jou! 
(Gaat meestal gepaard met een wild handgebaar, een boze blik en wat haargeflapper.) (Bijvoorbeeld als mama en papa iets van haar bord willen opeten omdat zij het laat liggen. Dat is dus een no go.)

Wat hoor ik nou? (Hoe Hollands :-s)
De sloddervos is daar!!! (Ze kijkt echt wel te veel Woezel en Pip.)

Verder worden er talrijke gesprekjes gevoerd met de maan, meneer kever en zelfs met de korstjes op de grond. 
Deze laatste zijn trouwens niet braaf. (Waarschijnlijk omdat ik ze met de borstel naar buiten keer, net zoals onze poes naar buiten moet als ze stout is.)

Mama: (heel enthousiast) Joepie, binnenkort komt Sinterklaas!

Kleine meid: Neeeeeee! (Ze heeft om de één of andere reden schrik van Sinterklaas, ook al heeft ze hem nog nooit gezien...) (Onbekend is onbemind?)

De dag daarna probeer ik nog eens...
Mama: Joepie, binnenkort komt Sinterklaas!
Enya: Ik wil niet in de zak!

Kleine meid: Ik ben een klein kindje! (Ze wil absoluut niet groot zijn.)
Mama: Ja, jij bent nog een klein kindje.
Kleine meid: Papa is een groot kindje. (Dat spreek ik niet tegen.)
Mama: En wat is mama?
Kleine meid: Mama is gewassen. (Gewassen is het nieuwe volwassen blijkbaar.)

Kleine meid: Sinterklaas komt niet hier!
(Dit wordt elke dag minstens één keer herhaald.)

Kleine meid wil kaka doen en vraagt heel dramatisch om haar uit de stoel te halen. Vervolgens gaat ze op de grond liggen.
Mama: Ga je zo kaka doen?
Kleine meid: Jaaaaa (daar zijn die deugenietenoogjes weer)

Sinds een week zingt ze hele liedjes. Slaap kindje slaap, Broeder Jacob, ... Daar schrok ik wel even van. Wat een geheugen op zo'n jonge leeftijd! Maar soms kloppen de tekstjes nog niet helemaal...
Kleine meid: Slaap kindje slaap, daar buiten loopt een schaap. Een schaap met witte strepen... (zebraschaap? :-))

Ook ik/jij/mij en werkwoorden worden nog geregeld door elkaar gebruikt...
Kleine meid: Dat mag ik niet kijken! 
Mama: Je mag dat wel kijken hoor, schatje.
Kleine meid zegt nog een beetje bozer dan de eerste keer: Dat mag ik niet kijken!
(Deze discussie hebben we een aantal keer gevoerd, tot ik begreep dat ze wou zeggen: Dat wil ik niet kijken! Aaaaaah.)

Grote man: Enya slapen. (Ze komt te dicht in de buurt tijdens zijn spel en dat is zijn oplossing.)
Kleine meid: Nee! Ik wil niet slapen! (Ze wordt echt gek als hij dat zegt.)
Grote man: Enya slapen.
Kleine meid: Neeeeeee!! (Nu wordt ze nog gekker en besluit ik om toch maar in te grijpen.)
Mama: Ian, wees eens lief voor zus.
Grote man: Mama slapen. 

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

En toen ging mijn mama dood...

Eind juli bleef de wereld even stilstaan toen mijn moeder plots en overwacht overleed. Deze week zou ze 70 jaar worden. Sommigen zouden zeggen dat ze een mooi leven achter de rug had. Anderen dat het nog jong was om te sterven. Het voelt in elk geval raar om als 32-jarige vrouw zonder haar door het leven te moeten. Voor mij komt haar overlijden te vroeg. Het zal tijd vragen dit allemaal een plaats te geven. Veel zal ik niet over haar schrijven, toch niet openlijk (om haar wens te respecteren), maar ik moet deze ingrijpende gebeurtenis ook op mijn blog een plaats kunnen geven (in 'the story of my life'). Dus post ik hieronder een brief naar haar. (De andere brieven blijven tussen ons moeke, beloofd.)

Lieve moeke,

Intussen heb ik al een paar brieven naar je geschreven, maar ik kan me er niet toe brengen ze op mijn blog te posten. Ik denk dat ik ondanks alles je privacy wil respecteren, want je vond het niet fijn dat ik zo open schreef over mijn leven. Of misschien maakt dit het veel te echt en wil een stukje van mij nog altijd niet geloven dat ze haar moeder eind juli verloren is.

In de eerste brief schreef ik over je dood en de beelden die me voor altijd zullen bijblijven. Over jou zien liggen in het ziekenhuisbed toen we nog geloofden in een toekomst met jou, over je even later terug te zien toen je net overleden was, over je opgebaard zien liggen… De dood is nog nooit zo dichtbij gekomen. Iemand zei me dat jouw dood me zal leren om echt te leven, maar voorlopig maakt het me vooral angstig. Er is een diep besef gekomen wat de kwetsbaarheid van het leven betreft. Het kan letterlijk op elk moment gedaan zijn. En ik wil (nog) niet dat er een einde aan komt, dus ben ik bang.

Ondanks alles heb ik toch kunnen genieten van mijn gezin de afgelopen twee maanden. Mijn schoonmoeder zei me kracht te halen uit mijn kinderen en vaak lukt(e) dat ook effectief. Ik kan veel intenser genieten van hen te zien spelen, lachen, met hen te knuffelen, hen te ruiken… Misschien omdat ik weet dat jij er ​alles voor had gegeven nog wat langer bij hen te zijn. Nu moet ik genieten voor twee.

In de tweede brief schreef ik vooral hoe erg ik je mis, hoeveel je voor ons betekende en over al die kleine dingen die je voor ons deed. Zelfs de dingen die me ergerden zou ik er met alle plezier bijnemen als jij dan nog vijf of tien jaar (of langer) bij ons kon zijn. Dan kon ik nog steeds gebakken patatjes bij jou komen eten (de beste die er zijn), dan konden we nog samen praten over de kindjes en hoe ze het doen op school (de enige naast mij en mijn schoonmoeder die zo bezorgd om hen was), dan kon ik je voor de zoveelste keer zeggen om niet zo veel cadeautjes voor de kindjes te kopen (wat je toch bleef doen, zucht)…

Soms kijk ik naar je overlijdensbrief en kijk ik vol ongeloof naar de datum dat je gestorven bent. Die datum hoort nog niet te bestaan. Daaronder hangt je gedenkkaartje en nog steeds vind ik het raar dat jouw foto op zo’n prentje staat. Het lijkt op momenten nog steeds een slechte droom (over de vreselijkste zomer tot nu) waar ik zo snel mogelijk van wil ontwaken. Want leven in een wereld zonder jou, ik kan me niet inbeelden hoe dat moet.

De laatste jaren was je meer en meer oma van de kindjes en minder mijn ​moeke. Ik werd zelf mama en werd ‘echt’ volwassenen. In mij zit echter nog altijd dat kleine kind dat heel droevig is omdat ze haar ​eigen mama nu verloren is. In mij voel ik een grote wonde die misschien nooit echt gaat genezen. Ik mis je moeke en ik weet dat ik je altijd zal missen. Misschien niet elke dag even veel, misschien niet elke dag even lang, misschien niet elke dag even intens. Maar missen zal ik je.

Nog een gelukkige verjaardag moeke, waar je ook bent. Ik had hem zo graag nog samen gevierd...


  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

To bie or not to bie (over twee jaar borstvoeden)

‘Bie’ verwijst voor alle duidelijkheid naar mijn kleine dochter haar woordje voor borst (afkorting van het Engelse boobie). Nooit had ik gedacht dat ik borstvoeding zou geven aan een peuter die al kan stappen, praten en zelfs met haar eigen woordjes kan vragen om de borst ("bie drinken"), wisselen van kant ("wissele"), laatste keer drinken ("laatekee")... Niet dat ik tegen langvoeden was; ik kon het me gewoon niet inbeelden. Zelf heb ik niet veel voorbeelden rond mij van mama’s die borstvoeden, laat staan lang borstvoeding geven. Mijn man steunt me wel, maar geregeld valt toch de vraag wanneer en hoe ik zal stoppen. En dat schatje, is een goede vraag waarop ik zelf het antwoord niet goed weet. 

Een hobbelige start 

Twee jaar is ze intussen, die mooie meid van mij. 24 maanden hangt er al een kleine lifesucking baby (intussen peuter) aan mijn borsten. Dat het borstvoedingsverhaal zo lang ging duren, leek aanvankelijk niet het geval. Na drie maanden kreeg ik grote problemen met mijn productie door haar instabiel eetgedrag. Sindsdien was het toch blijven borstvoeden en doorzetten, ook al dronk ze om het uur/om de twee uur. En dan niet gewoon drinken. Ze was alleen tevreden als ik tijdens de voeding met haar rondwandelde. Om dit haalbaar te houden, heb ik haar lange tijd in de draagdoek de borst gegeven. (Lees ook Over gevoelige peuters, huilende mama's en baby's die niet goed willen drinken) Dat zag er ongeveer zo uit: 


Toen we de kaap van zes maanden behaalden, ben ik borstvoeding blijven geven aangezien ze vast voedsel weigerde. Ook de maanden daarna bleef ze de voorkeur geven aan de borst, meer en meer aanvullend met vaste voeding. Stoppen leek me pas een goed idee van zodra ze aanvaardbare porties vaste voeding at. (Wat intussen vaak nog altijd niet is, haha.) 

Is ze nog altijd een moeilijke eter? 

Niet zo zeer een moeilijke eter, wel een kleine eter (die qua gewicht onderaan de curve blijft bengelen). Toch is ze zelden ziek en geeft ze een gezonde indruk. Ze ontwikkelt goed, praat ons de oren van het hoofd en in lengte groeit ze goed mee. Eten doet ze intussen gewoon mee aan tafel. Soms kan ze echt een deftige portie smullen en zijn mijn man en ik onder de indruk. Meestal zit ze maar wat te spelen en te prutsen met haar eten en gaat er af en toe iets in het mondje. 

Een half jaar geleden was ze echter nog een hele moeilijke eter. De grote boosdoener leek lange tijd haar tanden te zijn. Er waren periodes dat ze van de pijn jammerde van zodra ze een stukje vlees of aardappel in haar mond stak. Eten is dan natuurlijk een onaangename bezigheid; ik kon dus wel begrijpen dat ze liever wat meer van de borst dronk. Dit is eigenlijk nog maar een paar maanden beter en haar eetgedrag aan tafel bijgevolg ook. 

Ach ja, als er één ding is dat ik geleerd heb, dan is het loslaten. We doen wel ons best om haar met groentengezichtjes of fruitsaté’s te overtuigen, maar als het dan nog niet lukt, dan is het zo. Mijn dochter bewijst dat je niet veel eten nodig hebt om te groeien en gezond te zijn. 

Chocomousse voor 'the birthday girl'

Kolf ik nog steeds? 

Ik weigerde de eerste maanden van de borstvoeding te kolven en wou bewijzen dat ik zonder hulp voldoende melk had. (Ik wou het mezelf blijkbaar moeilijk maken.) Dat heb ik een half jaar volgehouden. Toen ben ik elke dag zeker één keer beginnen bijkolven om mijn productie omhoog te schroeven en de voedingen iets aangenamer te maken. Tot op de dag van vandaag kolf ik nog steeds bij, zowel ’s middags als ’s avonds. (Na de twee ‘hoofdborstvoedingen’ om het zo te zeggen.)

Haar voedingsschema ziet er ongeveer zo uit: 
- ’s morgens drinkt ze een beetje aan de borst 
- dan gaat ze mee aan de ontbijttafel 
- in de voormiddag mag ze één keer een “beetje bie drinken” :-) (ik probeer de boot meestal wel af te houden en vaak is een alternatief tussendoortje ook goed vb. nootjes of een banaan) 
- ’s middags eet ze mee aan tafel (een grote soepfan!) 
- voor het middagdutje krijgt ze borstvoeding (“boven bie”) en valt ze aan de borst in slaap 
- na haar dutje krijgt ze koek en fruit 
- voor het avondeten vraagt ze af en toe om bij te drinken, maar daar probeer ik niet op in te gaan of ze eet aan tafel niet zo goed 
- dan eten we samen voor de avond (naargelang wat de pot schaft, zal ze veel of weinig eten) 
- voor het slapen drinkt ze nog een grotere portie melk aan de borst 
- en dan ’s nachts drinkt ze nog één of twee keer bij (jaja)

Voed ik nog steeds op vraag? 

In hoeverre moet ik nog borstvoeding op vraag geven? Ik heb dit lange tijd gedaan, maar de laatste maanden merk ik dat het niet altijd het beste is om meteen op haar vraag in te gaan. Ze is twee jaar dus het wordt ook belangrijk haar te leren dat ze soms moet wachten, dat ze niet altijd meteen kan krijgen wat ze wil en met die frustratie leert omgaan. Er zijn dagen dat ze meer om borstvoeding vraagt omdat ze extra nood heeft aan mama (bijvoorbeeld na een moeilijke nacht) of aan troost. Daar durf ik zeker op ingaan. Op andere dagen probeer ik haar juist af te leiden, een tut te geven of gewoon een knuffel. Ik heb ook al gemerkt dat ze tussendoor naar de borst vraagt omdat ze een beetje dorst of honger heeft en dan is het aanbieden van een gezond alternatief (ze is zot van cashewnootjes) voldoende.

Het is luisteren naar haar noden, die van mijzelf en zoeken naar een gulden middenweg. 

Wanneer ga ik stoppen? 

Daar heb je dé vraag. Dat ga ik eens op een forum bevragen. Hoe zijn andere langvoedende mama’s gestopt? Het zou geweldig zijn om te kunnen stoppen op het moment dat mijn meisje gewoon niet meer om de ‘bie’ vraagt. Geen afscheidsvoeding, simpelweg gedaan als de natuur dat aangeeft. Moest ik in een glazen bol kunnen kijken en weten dat dit binnen nu en enkele maanden is, zou ik beslissen om nog even vol te houden. Dat gaat jammer genoeg niet. En het extra kolven is een (te) grote investering aan het worden die ik stilaan niet meer voor mezelf kan verantwoorden en ten koste gaat van tijd voor mezelf, mijn man of mijn zoontje. 

De WHO raadt twee jaar borstvoeding aan en die kaap heb ik gehaald. Het einde komt in zicht, dat heb ik al beslist. Maar hoe ik ga afbouwen, is nog een vraagteken. (Ik ben al wel bezig met het uitstellen van de kleine voedingen tussendoor, dat is volgens mij een eerste stap.)

Intussen geniet ik nog extra van het borstvoeden en de voordelen die het biedt. Als mijn meisje heel overstuur is (wat met een peuterpuber al wel eens gebeurt), laat ik haar soms nog aan de borst hangen. Na een momentje samen, zijn we dan allebei weer lekker blij van de oxytocine. Fijn voor haar en voor mij (zeker als ze haar veeleisende zelf is en mama dat liefdeshormoon goed kan gebruiken om meer geduld te kunnen opbrengen). Onze dochter is nog maar weinig ziek geweest en als er toch een virus doorbreekt, is ze veel sneller genezen dan haar broer of wij. Voor ons voorlopig nog geen nachten of dagen in het ziekenhuis (hout afkloppen). 

Maar vooral hebben mijn mooie meid en ik een fijne, hechte band opgebouwd. We hebben nu een basis die niemand ons meer kan afpakken. En ja, ergens is er wel de angst dat dit gaat veranderen van zodra ik stop met borstvoeden. Wat een verklaring kan zijn voor mijn drang om het toch nog een beetje uit te stellen...

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

Moeilijke beslissingen

Een paar maanden geleden kreeg onze kleine man de diagnose Autisme Spectrum Stoornis (ASS). Bovendien raadde de psychologe een doorverwijzing naar het bijzonder onderwijs aan. Ik weet nog dat de psychologe haar advies met mij overliep en dat mijn eerste reactie ongeloof was. Het ging nu zo goed op zijn school, is een autiklasje dan wel echt nodig? Maar hoe meer mijn man en ik erover nadachten, hoe groter de voordelen leken: een kleine klas, een rustigere klas, een juf die meer gespecialiseerd is, meer structuur, … Vorige maand hadden we een afspraak om zijn mogelijk nieuwe school te bezoeken. Stiekem dacht ik dat die andere school de betere oplossing zou zijn en dat het bezoek meteen alles duidelijk zou maken. Maar dat is toch net iets anders gelopen. 

Niet dat we door het bezoek een negatief gevoel hadden bij de andere school, maar er waren toch zeker meerdere bedenkingen. Om te beginnen wordt het een moeilijke puzzel om broer naar de autischool te laten gaan en zus naar de wijkschool bij ons in de buurt (zijn huidige school). Even was ik opgelucht toen de pedagoge die het bezoek leidde over een schoolbus vertelde. Tot we te horen kregen dat onze kleine meneer dan heel vroeg zou moeten vertrekken en pas laat weer thuis is. Bovendien is het geen schoolbus speciaal voor de autischool, maar is het een bus voor wel 50-60 kinderen waarvan zelfs kinderen uit de middelbare school. Heel prikkelarm, nietwaar? Geen optie dus. 

De klas en de juf vonden we wel oké. Hij zou in een klas met maar zes kinderen zitten en de juf weet van aanpakken. Er is inderdaad meer structuur (persoonlijke daglijnen, eigen stoeltjes, …), maar voor de rest deed het ons erg aan een gewoon klasje denken. Bovendien worden vele maatregelen uit de autiklas ook voor onze zoon getroffen in het gewone schooltje. Enkel zo’n kleine klas en zo veel één op één contact kunnen ze hem in het reguliere onderwijs niet bieden. Daarnaast komt er in het bijzonder onderwijs een logopedist in de klas en krijgen ze extra individuele begeleiding op maat. Naast een logopedist kan er ook een kinesist bijkomende ondersteuning bieden. 

Momenteel krijgt hij in het gewone onderwijs één uur algemene individuele begeleiding per week. Dat is simpelweg te weinig. Hoe gemotiveerd is de overheid echt om aan inclusie te doen, vraag ik me dan af? Soit, dat is een discussie voor een andere keer. Maar de voordelen van de autischool zijn dus zeker van grote waarde. 

Ik zag hem daar wel zitten tussen die andere kleuters. De hoofdtelefoons hingen klaar, voor elk kindje één. Elk kleuter had zijn eigen werktafel en zijn eigen daglijntje. Daar zou hij even anders zijn dan de andere kindjes. 

Toch is er nog één groot nadeel: de speelplaats. De autikleuters moeten op een stukje speelplaats spelen van de lagere school. Op een mooi afgezet gedeelte, dat wel, maar ik vond het best klein. Zeker voor onze buitenspeelmeneer. Er stond een kleine plastieken glijbaan en één fietsje. Ik had eigenlijk zelfs medelijden met de kleuters die hier moeten spelen. Tijdens ons bezoek kreeg één van de kindjes het dan ook nog eens moeilijk (wij mochten tijdens de speeltijd in de klas kijken, de kleuters speelden terwijl op hun speelplaats). Misschien door onze aanwezigheid of misschien had hij zijn dag niet. Of misschien vond hij die drukte rond hem van de spelende lagereschoolkinderen ook maar niets...

De dag erna stond er al een overleg met de huidige school gepland. Onverwacht bleek dit het gesprek dat ons meer duidelijkheid zou geven. Samen met zijn juf, zorgjuf en de zorgcoördinator maakten we het scenario ‘wat als Ian nu eens op deze school zou blijven’ concreet. En voor het eerst kon ik me eigenlijk wel vinden in dat plaatje. Het heeft alvast verschillende voordelen: 
  • hij kent zijn juf voor de komende twee jaar al,
  • het is een grotere klas, maar er worden ook maatregelen getroffen om aan zijn autisme tegemoet te komen (er is een daglijn, hij heeft een eigen werktafel, hij mag een hoofdtelefoon dragen, …),
  • er is een grote, mooie speelplaats, 
  • de school ligt in een rustige omgeving,
  • het is een kleine school met twee klassen en maar twee juffen (op zich ook al een uitzonderlijke situatie),
  • deze school ligt dichtbij en hij kan samen met zijn zus naar school (wat zorgt voor een veel rustiger levenstempo).

Voorlopig lijkt ons gevoel te zeggen om onze kleine man op deze school te houden, maar de knoop voelt nog niet helemaal doorgehakt. Want nadelen zijn er natuurlijk ook nog steeds. Hij draagt een hoofdtelefoon als er te veel geluidsprikkels zijn en dit is blijkbaar heel vaak het geval op zijn school nu. Hoe erg ze ook hun best doen om rekening met hem te houden, er gebeuren toch constant onverwachte veranderingen in de planning. Iets waar ze in een autiklasje toch wat attenter voor zijn. Zo denk ik dat ze voor de autikleuters geen schoolfeest, buitenspeeldag en schoolreis in dezelfde week zouden plannen. 

Intussen proberen we beide mogelijkheden zo concreet mogelijk te krijgen en terwijl denken we verder na. In welk plaatje zijn de nadelen het best op te vangen? In welke situatie zijn de voordelen toch net iets groter? Bij welke oplossing voelen we ons het beste? Voor die beslissing moeten we dan de volle honderd procent gaan en de andere optie loslaten. Want moeilijke periodes kunnen er in beide scenario’s komen en met spijt komen we dan nergens. 

Maar amai, het lijkt toch wel een erg grote beslissing voor iemand die met moeite kan kiezen welke oorbellen ze die dag wil dragen.

Mijn grote kleine man <3

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS