Ann W. Mogelijk gemaakt door Blogger.
RSS
Posts tonen met het label borstvoeding. Alle posts tonen
Posts tonen met het label borstvoeding. Alle posts tonen

To bie or not to bie (over twee jaar borstvoeden)

‘Bie’ verwijst voor alle duidelijkheid naar mijn kleine dochter haar woordje voor borst (afkorting van het Engelse boobie). Nooit had ik gedacht dat ik borstvoeding zou geven aan een peuter die al kan stappen, praten en zelfs met haar eigen woordjes kan vragen om de borst ("bie drinken"), wisselen van kant ("wissele"), laatste keer drinken ("laatekee")... Niet dat ik tegen langvoeden was; ik kon het me gewoon niet inbeelden. Zelf heb ik niet veel voorbeelden rond mij van mama’s die borstvoeden, laat staan lang borstvoeding geven. Mijn man steunt me wel, maar geregeld valt toch de vraag wanneer en hoe ik zal stoppen. En dat schatje, is een goede vraag waarop ik zelf het antwoord niet goed weet. 

Een hobbelige start 

Twee jaar is ze intussen, die mooie meid van mij. 24 maanden hangt er al een kleine lifesucking baby (intussen peuter) aan mijn borsten. Dat het borstvoedingsverhaal zo lang ging duren, leek aanvankelijk niet het geval. Na drie maanden kreeg ik grote problemen met mijn productie door haar instabiel eetgedrag. Sindsdien was het toch blijven borstvoeden en doorzetten, ook al dronk ze om het uur/om de twee uur. En dan niet gewoon drinken. Ze was alleen tevreden als ik tijdens de voeding met haar rondwandelde. Om dit haalbaar te houden, heb ik haar lange tijd in de draagdoek de borst gegeven. (Lees ook Over gevoelige peuters, huilende mama's en baby's die niet goed willen drinken) Dat zag er ongeveer zo uit: 


Toen we de kaap van zes maanden behaalden, ben ik borstvoeding blijven geven aangezien ze vast voedsel weigerde. Ook de maanden daarna bleef ze de voorkeur geven aan de borst, meer en meer aanvullend met vaste voeding. Stoppen leek me pas een goed idee van zodra ze aanvaardbare porties vaste voeding at. (Wat intussen vaak nog altijd niet is, haha.) 

Is ze nog altijd een moeilijke eter? 

Niet zo zeer een moeilijke eter, wel een kleine eter (die qua gewicht onderaan de curve blijft bengelen). Toch is ze zelden ziek en geeft ze een gezonde indruk. Ze ontwikkelt goed, praat ons de oren van het hoofd en in lengte groeit ze goed mee. Eten doet ze intussen gewoon mee aan tafel. Soms kan ze echt een deftige portie smullen en zijn mijn man en ik onder de indruk. Meestal zit ze maar wat te spelen en te prutsen met haar eten en gaat er af en toe iets in het mondje. 

Een half jaar geleden was ze echter nog een hele moeilijke eter. De grote boosdoener leek lange tijd haar tanden te zijn. Er waren periodes dat ze van de pijn jammerde van zodra ze een stukje vlees of aardappel in haar mond stak. Eten is dan natuurlijk een onaangename bezigheid; ik kon dus wel begrijpen dat ze liever wat meer van de borst dronk. Dit is eigenlijk nog maar een paar maanden beter en haar eetgedrag aan tafel bijgevolg ook. 

Ach ja, als er één ding is dat ik geleerd heb, dan is het loslaten. We doen wel ons best om haar met groentengezichtjes of fruitsaté’s te overtuigen, maar als het dan nog niet lukt, dan is het zo. Mijn dochter bewijst dat je niet veel eten nodig hebt om te groeien en gezond te zijn. 

Chocomousse voor 'the birthday girl'

Kolf ik nog steeds? 

Ik weigerde de eerste maanden van de borstvoeding te kolven en wou bewijzen dat ik zonder hulp voldoende melk had. (Ik wou het mezelf blijkbaar moeilijk maken.) Dat heb ik een half jaar volgehouden. Toen ben ik elke dag zeker één keer beginnen bijkolven om mijn productie omhoog te schroeven en de voedingen iets aangenamer te maken. Tot op de dag van vandaag kolf ik nog steeds bij, zowel ’s middags als ’s avonds. (Na de twee ‘hoofdborstvoedingen’ om het zo te zeggen.)

Haar voedingsschema ziet er ongeveer zo uit: 
- ’s morgens drinkt ze een beetje aan de borst 
- dan gaat ze mee aan de ontbijttafel 
- in de voormiddag mag ze één keer een “beetje bie drinken” :-) (ik probeer de boot meestal wel af te houden en vaak is een alternatief tussendoortje ook goed vb. nootjes of een banaan) 
- ’s middags eet ze mee aan tafel (een grote soepfan!) 
- voor het middagdutje krijgt ze borstvoeding (“boven bie”) en valt ze aan de borst in slaap 
- na haar dutje krijgt ze koek en fruit 
- voor het avondeten vraagt ze af en toe om bij te drinken, maar daar probeer ik niet op in te gaan of ze eet aan tafel niet zo goed 
- dan eten we samen voor de avond (naargelang wat de pot schaft, zal ze veel of weinig eten) 
- voor het slapen drinkt ze nog een grotere portie melk aan de borst 
- en dan ’s nachts drinkt ze nog één of twee keer bij (jaja)

Voed ik nog steeds op vraag? 

In hoeverre moet ik nog borstvoeding op vraag geven? Ik heb dit lange tijd gedaan, maar de laatste maanden merk ik dat het niet altijd het beste is om meteen op haar vraag in te gaan. Ze is twee jaar dus het wordt ook belangrijk haar te leren dat ze soms moet wachten, dat ze niet altijd meteen kan krijgen wat ze wil en met die frustratie leert omgaan. Er zijn dagen dat ze meer om borstvoeding vraagt omdat ze extra nood heeft aan mama (bijvoorbeeld na een moeilijke nacht) of aan troost. Daar durf ik zeker op ingaan. Op andere dagen probeer ik haar juist af te leiden, een tut te geven of gewoon een knuffel. Ik heb ook al gemerkt dat ze tussendoor naar de borst vraagt omdat ze een beetje dorst of honger heeft en dan is het aanbieden van een gezond alternatief (ze is zot van cashewnootjes) voldoende.

Het is luisteren naar haar noden, die van mijzelf en zoeken naar een gulden middenweg. 

Wanneer ga ik stoppen? 

Daar heb je dé vraag. Dat ga ik eens op een forum bevragen. Hoe zijn andere langvoedende mama’s gestopt? Het zou geweldig zijn om te kunnen stoppen op het moment dat mijn meisje gewoon niet meer om de ‘bie’ vraagt. Geen afscheidsvoeding, simpelweg gedaan als de natuur dat aangeeft. Moest ik in een glazen bol kunnen kijken en weten dat dit binnen nu en enkele maanden is, zou ik beslissen om nog even vol te houden. Dat gaat jammer genoeg niet. En het extra kolven is een (te) grote investering aan het worden die ik stilaan niet meer voor mezelf kan verantwoorden en ten koste gaat van tijd voor mezelf, mijn man of mijn zoontje. 

De WHO raadt twee jaar borstvoeding aan en die kaap heb ik gehaald. Het einde komt in zicht, dat heb ik al beslist. Maar hoe ik ga afbouwen, is nog een vraagteken. (Ik ben al wel bezig met het uitstellen van de kleine voedingen tussendoor, dat is volgens mij een eerste stap.)

Intussen geniet ik nog extra van het borstvoeden en de voordelen die het biedt. Als mijn meisje heel overstuur is (wat met een peuterpuber al wel eens gebeurt), laat ik haar soms nog aan de borst hangen. Na een momentje samen, zijn we dan allebei weer lekker blij van de oxytocine. Fijn voor haar en voor mij (zeker als ze haar veeleisende zelf is en mama dat liefdeshormoon goed kan gebruiken om meer geduld te kunnen opbrengen). Onze dochter is nog maar weinig ziek geweest en als er toch een virus doorbreekt, is ze veel sneller genezen dan haar broer of wij. Voor ons voorlopig nog geen nachten of dagen in het ziekenhuis (hout afkloppen). 

Maar vooral hebben mijn mooie meid en ik een fijne, hechte band opgebouwd. We hebben nu een basis die niemand ons meer kan afpakken. En ja, ergens is er wel de angst dat dit gaat veranderen van zodra ik stop met borstvoeden. Wat een verklaring kan zijn voor mijn drang om het toch nog een beetje uit te stellen...

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

9 misverstanden over borstvoeding

Drie jaar geleden stond ik voor de keuze: borstvoeding geven of niet. Mijn eerste zoontje zou geboren worden en flesvoeding was zo wat de norm bij iedereen in mijn omgeving. Toch sprak het idee mij enorm aan: mijn baby die door melk uit mijn lichaam gevoed zou worden en knus aan mijn borst zou hangen. We gingen tijdens mijn eerste zwangerschap naar een infomoment over borstvoeding en de voordelen bleken enorm, zowel voor mijn kind als voor mezelf. Hoe kon ik dat allemaal weten en niet voor borstvoeding kiezen? Drie jaar later geef ik al elf maanden (and counting) borstvoeding aan mijn jongste dochter. Mijn zoontje heb ik bijna zeven maanden borst gevoed. En wat ben ik blij met die keuze!

Toch is het nog steeds niet de norm om je kind borstvoeding te geven en als er al voor de borst gekozen wordt, stopt de mama in kwestie er na drie tot zes maanden mee. Met mijn elf maanden begin ik zo stilaan bij de langvoeders te horen. Dat moet veranderen. Borstvoeding zou meer aanvaard mogen worden en meer als eerste optie gezien mogen worden i.p.v. iets waarvoor de mama zich op den duur zelfs moet verantwoorden. Geen “ik zal het proberen” meer, maar “ik ga het doen”. Om die beweging mee mogelijk te maken, zijn er alvast enkele misverstanden over borstvoeding (waar ik vroeger zelf van overtuigd was) die ik de wereld wil uithelpen.

1. Hap en klaar

Drie jaar geleden geloofde ik nog dat het zo simpel was: baby aan de borst, zuigen, melk drinken en klaar. Ja, het is zo simpel… én eigenlijk ook niet. Toch zeker niet in het begin. Dan kan er vanalles “mis” gaan: je baby kan de verkeerde zuigtechniek hanteren, je moet hem helpen goed aan te leggen, je tepels kunnen kloven krijgen of ontsteken, sommige kindjes zijn luie drinkers (here here) en stimuleren je productie niet genoeg, je productie kan sterk achteruitgaan of zelfs helemaal verdwijnen… Maar daarom zijn er vroedvrouwen die ons met al hun kennis en steun kunnen bijstaan, én die aan huis komen. Thank god!

2. Als je geen melk meer hebt, moet je stoppen.

Dat is een fabeltje dat mijn vroedvrouw al snel ontkracht had. Na de geboorte van mijn zoontje viel mijn melkproductie na tien dagen weg. Ik huilde tranen met tuiten en belde in paniek een vroedvrouw op. Zij kon me gelukkig geruststellen en zei dat ik door kolven mijn productie terug tot leven kon wekken. Gewoon twee dagen elke voeding kolven, ook al komt er niets uit op dat moment. Ze had gelijk; twee dagen later was de melk er weer. En mijn zoontje heeft nog zes maanden kunnen drinken.

3. Het is moeilijk.`

Dat is een misverstand en ergens ook niet. Borstvoeding geven gaat niet persé vanzelf, bij mij toch niet. Bij baby nummer één heb ik altijd moeten bijkolven om mijn productie op pijl te houden. Baby nummer twee was (en is) een moeilijke eter waardoor ik ook geregeld moe(s)t bijkolven, allerlei trucjes moest proberen om ze te laten drinken (waaronder eten geven in de draagdoek), tussendoor moest kolven en borstmelk met de fles geven (wat dan de ene dag super ging en de dag erna wou ze alleen borst), … MAAR nu ze groter wordt, gaat het allemaal makkelijker. Ik geef nog maar een paar melkvoedingen per dag en zeker als ze daarna in slaap mag vallen aan de borst is het heel knus. Momenten van onschatbare waarde. Ik zou er ondanks alle 'moeilijkheden' meteen opnieuw aan beginnen. Mama’s die geen borstvoeding geven of gegeven hebben, missen een heel intiem en mooi iets. 

4. Het is voor luie mensen.

Als dat zo was, zouden wel meer mensen het doen. Nietwaar? Maar intussen is het inderdaad gemakkelijk geworden. De eerste maanden is het echter doorbijten. En dat hoor ik wel meer zeggen.

5. Het is voor marginale mensen.

Dat is een overtuiging waar ik me voor schaam, maar ik had ze wel. Waarschijnlijk omdat borstvoeding totaal de norm niet is in mijn omgeving en ik weinig hoger opgeleide vrouwen kende die voor borstvoeding kozen. Dat is gelukkig intussen veranderd. Niet dat ik veel vriendinnen heb die borstvoeding geven, maar intussen heb ik via blogs en Facebook wel wat gelijkgestemde zielen gevonden. 

6. Je borsten zijn nadien leeggezogen theezakjes.

Ik heb mama’s ontmoet die dat effectief zullen beamen, maar ik ken ook mama’s die zelfs een cupmaatje meer hadden na het borstvoeden van hun kind. 
Mijn borsten zullen tot de theezakjescategorie behoren, maar dankzij borstvoeding ben ik ook massa’s overtollig vet kwijt en past de rest van mijn lichaam perfect bij die platte borsten.

7. Flesvoeding is even goed.

Sofie zegt het al in haar heel interessant artikel (Het is geen tussendoortje, een kind): Je kan niet zeggen dat je borstvoeding geeft en dat het beste vinden, zonder (de meeste) ouders die flesvoeding geven op de teen te trappen. Maar zonder oordeel of veroordeel, borstvoeding is gewoon het beste en de meest gezonde optie voor je kind.

8. “Als het lukt…”

Nog voor mijn eerste kindje geboren werd, plakte ik snel die zin aan mijn antwoord als mensen me vroegen of ik borstvoeding wou geven. Alsof ik me op voorhand al excuseerde, moest ik uiteindelijk toch flesvoeding geven. Er is volgens mij een soort laksheid gekomen. Borstvoeding is het beste, maar het is oké als het niet lukt. Dat is zo, maar doen we oprecht ons best voor we ermee stoppen? Hebben we echt alles geprobeerd? Ik ken ook mama's die graag borstvoeding wilden geven, maar die toch gestopt zijn. Vooral omdat ze hun partner of netwerk niet mee hadden.
Uiteindelijk heb ik echt voor de borstvoeding moeten werken, nee, moeten vechten. Gelukkig had ik de steun van mijn man en vroedvrouw, maar het deed me wel beseffen hoe belangrijk dat netwerk is. Soms heb je iemand nodig die zegt dat je niet op mag geven, dat je goed bezig bent, dat je een goede mama bent. Geen "Stop toch gewoon als het niet meer gaat", "Waarom blijf je al die moeite toch doen?" of "Ik snap niet waarom je nog borstvoeding geeft."
Met wat meer steun, begrip en acceptatie vanuit de omgeving, zou borstvoeding vaker 'lukken'.

9. Zes maanden borstvoeding geven is lang.

Ik geef nu elf maanden borstvoeding en zelfs dat is nog niet lang. Twee jaar raadt de WHO aan en tot het kind zeven jaar oud is, is hij gebaat bij moedermelk (zei onze vroedvrouw). 
Toen ik voor de zes maanden controle naar Kind en Gezin ging, vroeg de verpleegster of ik al rare opmerkingen kreeg over het feit dat ik nog borstvoeding gaf. Dat op zich vond ik een rare opmerking. Het voelde helemaal niet gek om dat klein, nog van mij afhankelijk wezentje, aan mijn borst te zien hangen. En het voelt nog steeds erg juist en natuurlijk.


Dan rest me alleen nog...

Sorry aan alle mama’s die ik misschien ooit zelf scheef bekeken heb. Het is oké dat ik een beetje borst zie wanneer je eten geeft aan je kleintje. Het is oké als ik een glimps opvang van je tepel wanneer je baby net loslaat. Het is oké dat je peuter op je schoot kruipt en om papje vraagt. Het is oké om je kind te voeden terwijl ik aan de tafel ernaast eet. Het is meer dan oké. Het is supermooi.


  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

Het verhaal van een slechte eter en een mama die echt heel erg moe is.

Enkele maanden is het intussen geleden, het verhaal over mijn hele slechte eter. Niet willen drinken aan de borst, alleen willen eten terwijl ik met haar rondwandelde en haar wiegde, eten moeten geven in de draagdoek, ... Kortom: ontspannen gaan zitten was er niet bij. Ik moest alles uit mijn spreekwoordelijke kast halen om mijn kleine meid voldoende te laten drinken. En dan nog kwam ze maar net genoeg bij om niet hopeloos onder de benedengrens van de gewichtscurve te vallen. (Dramatische zucht!) 

Ze is intussen acht maanden oud, mijn kleine monster. Cute as hell, maar eten is nog altijd een hekel punt. 


De afgelopen maanden

Aangezien haar gewicht soms in erg kleine sprongetjes vooruit huppelde, bleef de vroedvrouw elke week of tweewekelijks langskomen om de kleine meid te wegen. Soms was ik dolgelukkig en kwam ze 180 gram bij op een week, om daarna weer teleurgesteld te horen dat ze maar 10 gram op twee weken was bijgekomen. "Heb je een verschil gemerkt?" vroeg de vroedvrouw dan. Eerlijk, zo veel verschil leek er niet te zijn in haar eetgedrag. Het bleek moeilijk in te schatten of ze nu veel at of niet. Toen ze vier maanden oud werd, was ik zo blij dat we aan vaste voeding konden beginnen. Maar de hoop dat het eindelijk beter zou gaan, bleek vals.

De overstap naar groentepapjes is niet voor elke baby evident dus mijn man en ik bereidden ons voor op het ergste. Toch wenste ik stiekem dat het die lepel was waar ze eigenlijk al maanden op wachtte en dat het allemaal lekker los zou lopen nu ze 'vaste' voeding mocht eten. De maand die volgde heeft ze nooit gretig van haar pap gegeten. Elke hap moesten we haar afleiden, overtuigen, iets geven om mee te spelen, ... Een portie van honderd gram kreeg ze in geen honderd jaar op. Zeggen dat ze de helft at, is redelijk positief.

We hielden vol en dachten dat het alleen kon beteren. Yeah right. Ons meisje werd zes maanden oud. We mochten fruitpap starten en vlees of vleesvervanger in haar groentepap doen. Misschien zou ze dat graag eten? In tegendeel. Er veranderde zo veel voor haar op korte tijd dat ze gewoonweg stopte met papjes te eten. Elke middag zat ik met een baby die haar koppige lipjes stijf op elkaar hield, wegkeek en elke hap weigerde. Na vijf dagen 'papjesstaking' kreeg ons meisje last van zeer pijnlijke constipatie. 

Haar zo pijn zien lijden, maakte mij wanhopig. Ten einde raad besloot ik Kind en Gezin te bellen. Op hun advies zijn we met fruitpap gestopt en begonnen we terug opnieuw. Alleen groentepap van groenten, geen vlees of aardappel erbij. Dezelfde smaak dagen achter elkaar, tot ze eraan gewend was. Pas dan mocht ik een nieuwe groente proberen. We moesten er ook rekening mee houden dat ze misschien geen aardappel lustte en kijken of pasta en rijst meer succes boekten. Bovendien mocht het eten geen bron van frustratie meer zijn. Een fijn, positief eetmoment creëren; dat moest voorop staan. Het was goed nieuws dat ik nog steeds borstvoeding gaf. Zo lang ik dat deed, moest ik me niet al te veel zorgen maken.

Dat leek te werken. Na enkele dagen kreeg ik terug een aantal hapjes groentepap in de mond van mijn meisje. Kleine stapjes, kleine succesjes. Daar was ik al blij mee. Meteen na haar voeding kreeg ze melk bij om het tekort aan te vullen. Zo ging haar constipatie eindelijk voorbij. Nooit gedacht dat ik zo van sappige kakapampers kon genieten.

Met het telefonisch advies van de vriendelijke verpleegster kon ik weer een aantal dagen verder. De week daarna was het tijd voor haar zes maanden check-up bij Kind en Gezin. Daar bleek ons meisje het goed te doen qua ontwikkeling, lengte en hoofdomtrek. Haar gewicht schommelde echter nog steeds onderaan de curve. Omdat de kleine meid er wel vrolijk en gezond uitzag, vermoedde de verpleegster dat er niets aan de hand was. Toch moest ze me doorverwijzen naar de kinderarts. Een week later zat ik met mijn dochter in de wachtkamer van de arts die haar meteen na de geboorte onderzocht had.

Ik deelde mijn zorgen die intussen nog steeds in mijn achterhoofd spookten. Is het normaal dat mijn meisje zo weinig eet? Kan het dat ze last heeft van iets tijdens het eten? De dokteres luisterde wel naar mij, maar leek me niet echt te horen. Ze veegde mijn zorgen van tafel: "Ja, uw dochter zit onderaan de curve, maar er moet één kindje zijn dat op de benedengrens ligt." Ik heb dus gewoon pech dat het mijn kindje is. Zal ik dan altijd een slecht etertje in huis hebben?

Misschien niet. Intussen eet ons meisje nog steeds niet veel van de papjes. Vorige maand moesten we terug beginnen met fruitpap en daar braakte ze zelfs letterlijk van. (Duidelijk.) Wat echter wel goed lijkt te gaan is het eten van stukjes. Geef haar stukjes brood, sandwich, een hardgekookte eitje, gestoomde schijfjes komkommer, erwten, pasta, puree... en haar mondje gaat gretig open. Ze moet het zelf kunnen pakken en in haar eigenwijze mondje steken. Natuurlijk is haar motoriek nog net niet fijn genoeg en zou het handig zijn moest ze al meer dan twee tanden hebben.

Is het probleem dan echt dat ze het gewoon zelf wil doen?

Het borstvoedingsverhaal

Intussen geef ik nog steeds borstvoeding. Acht maanden. Nooit gedacht. In een reactie merkte iemand onlangs op dat het intussen wel beter zal gaan. Eerlijk, zo geweldig gaat de borstvoeding niet. Ik had altijd dat romantisch (onrealistisch?) beeld in mijn hoofd: je baby aanleggen, laten drinken, aan de ene kant, aan de andere kant en een paar uur later opnieuw. Bij sommige vrouwen loopt het misschien zo, maar bij mij dus niet.

Ik geef regelmatig gekolfde melk van de fles, maar probeer twee voedingen nog zeker aan de borst te doen. Vooral de voedingen waarbij ze in slaap valt, kunnen erg knus zijn. Overdag echter wil ze zo graag rondkijken dat het bijna een marteling is om borstvoeding te proberen geven. Soms mag ik trouwens wel even gaan zitten, maar meestal moet ik nog altijd met haar rondwandelen. En als ik rechtstreeks wil aanleggen, kan ik best in een prikkelarme/donkere ruimte zitten. Verder zuigt ons meisje eigenlijk niet hard genoeg en moet ik bijkolven om mijn productie op gang te houden. Het blijft dus best wel een hele investering. 

Toch is het al bij al die moeite waard. 

Soms kan ik echt genieten van haar aan mijn borst te zien hangen. Haar ogen dicht, genietende geluidjes makend, haar handje dat mijn blouse vasthoudt. Dan komen er heerlijke knuffelhormonen vrij en kan ik niet anders dan haar kusjes geven en aan haar haartjes ruiken. Verder is ons meisje misschien geen goede eter, maar ziek wordt ze niet veel. Misschien verandert dat nu kleine man naar school gaat, maar voorlopig lijkt ze een goede weerstand te hebben. Plus, ik ben nog nooit zo slank geweest als nu. Geen betere manier om al je babyvet kwijt te geraken. 

Mama is moe (en misschien ook een beetje depressief)

Ik zou hier een hele klaagzang kunnen doen over mijn meisje en haar eetgedrag en vergeten dat ze zo mooi en lief kan zijn, maar dat probeer ik niet te doen. Wat ik nu probeer, is het los te laten. Ik laat ze eten wat ze eet, niet eten wat ze niet wil eten. Ik doe mijn best. Ik geef wat ik geven kan en wat er nog over is, geef ik nu aan mezelf. Of aan mijn auti zoontje.

Eerlijk, mijn kinderen hebben de laatste maanden zo veel van mij gevraagd dat er nog weinig Ann overbleef. De dochter die zo slecht at en de zoon die anders bleek te zijn, hebben al mijn energie opgeslorpt. Nu probeer ik kleine stapjes in de goede richting te zetten. Ik maak tijd voor mezelf, ben op zoek naar een nieuwe hobby, ga deze week met iemand praten (in therapie gaan zou ik het nog niet durven noemen), ... In de hoop dat ik snel terug mezelf ben en weer gelukkig in het leven kan staan. Want het is misschien één van de zwaarste periodes in mijn leven, maar het zou ook één van de mooiste kunnen zijn. Alleen voel ik dat laatste nu even niet.

Dus denken jullie tussendoor een beetje aan mij?


  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

Over gevoelige peuters, huilende mama's en baby's die niet goed willen drinken

Ik heb het mama zijn echt grandioos onderschat, dat denk ik terwijl ik met rooddoorlopen ogen die nog naprikken van een gigantische huilbui met een baby op de buik en een jengelende peuter in de wandelwagen over straat loop. Where did I go wrong?


1. Jengelende peuter in de wandelwagen
"Is je zoontje misschien overgevoelig?" vroeg mijn buurvrouw ooit eens met de beste intenties. Ik kon haar eigenlijk wel dood bliksemen. Toegegeven, niet elke tweejarige heeft even veel last van de peuterpuberteit en onze kleine man zal waarschijnlijk bij diegenen zijn die er (heel) zwaar onder lijden, maar moet daar dan meteen een label opgeplakt worden? Oké, soms denk ik dat er vanalles 'mis' is met ons zoontje, maar ik wil niet dat iemand anders dat denkt. Dat is mijn alleenrecht als mama.

Soit, bijna drie weken geleden begon papa terug te werken en was de overgevoeligheid weer volop daar. De eerste dagen leek onze kleine man nog niet te beseffen dat 'papa zit weer op de boot' echt wel betekende dat papa niet naar huis zou komen voor enkele weken, maar na drie dagen drong het dan toch door. Vertaling: mama zat opgescheept met een ventje dat weer sneller boos en verdrietig werd. Om het allemaal een beetje draaglijk te houden, probeerde ik hem zo veel mogelijk af te leiden en geregeld mee naar buiten te nemen. 

Vandaar de peuter in de wandelwagen. Waarom hij jengelde? Who knows.

2. Mama's prikkende ogen
De afgelopen weken weigerde ons meisje geregeld de borst. Of toch een van de twee borsten. Hierdoor waren de voedingen al een tijdje minder. Het was echt superfrustrerend om een baby te hebben die maar niet goed wou drinken en dan ook nog eens pisnijdig werd van zodra ik haar toch wou aanleggen. De slechte voedingen waren nefast voor de melkproductie, wat mij enorm nerveus maakte. Eten geven werd meer en meer een gevecht in plaats van een moment om van te genieten. Dus deed ik nog eens beroep op onze vroedvrouw. (Amai, die verdient toch ook eens een doos chocolaatjes.)

Wat ik vreesde bleek waar: mijn meisje dronk niet genoeg. Ze was maar 100 gram bijgekomen op drie weken. Je moet geen dokter zijn om te weten dat dit niet voldoende is. Andere baby's worden lastig als ze honger hebben, beginnen te huilen, vragen vaker om de borst... Ons meisje niet. Ze had amper iets gedronken tijdens het bezoek van de vroedvrouw en lag even later op haar schoot te lachen. Ik heb een te makkelijke baby blijkbaar. (In contrast met mijn te moeilijke peuter. Balans noemen ze dat, nietwaar?) Met honger van tafel gaan, is geen ramp voor haar. Die lastige moeder die haar toch wil aanleggen, is veel erger. 

Omdat ik persé borstvoeding wou blijven geven moest ik terug naar het begin. Haar constant aanleggen en eten geven op vraag (uitzoeken wanneer zij erom vraagt, want ervoor huilen doet ze dus niet). Intussen heb ik trouwens een manier gevonden waarop ze doorgaans wel wil drinken. Mama moet rechtstaan, haar wiegen, soms ook zingen of op en neer bewegen. (En ik die dacht dat borstvoeding geven gemakkelijk zou zijn.) Daarnaast mocht ik ons meisje geen fopspeen meer geven want die zou haar hongergevoel te veel onderdrukken. Een hele aanpassing.

Tijdens het bezoek van de vroedvrouw kon ik mijn tranen niet onderdrukken. Hoe moest ik dat bolwerken met een peuter in huis? Ze sprak me moed in en vertelde over haar eigen ervaring. Over negatieve gevoelens die na haar bevalling allemaal naar boven kwamen waardoor ze na de geboorte van haar tweede kind een moeilijke tijd had. Emoties zoals deze kunnen vast komen te zitten en voor een remming van de melkproductie zorgen. Misschien. Ik herkende me voor een deel in haar verhaal. Het deel dat besefte dat er een hoop gevoelens waren die de borstvoeding geen goed deden. Al mijn angst, onzekerheid, boosheid en god weet wat nog, zaten daar als een grote mentale prop die melk tegen te houden.

Ik liet mijn tranen vloeien en zou dat de dagen daarna nog doen. Vandaar de rooddoorlopen ogen van mama.

3. Baby op de buik
Wat gebeurt er als je een baby geen fopspeen meer mag geven? Plots kan ze alleen nog maar in slaap vallen aan jouw borst of in de draagdoek. En omdat ik mijn tepels ook even wat rust wou gunnen, moest ik haar de afgelopen weken geregeld in de draagdoek zwieren. Ik voelde me net een aap die haar kleine aapje constant bij zich droeg. (Over natuurlijk ouderschap gesproken.) Het is veel makkelijker om je baby de fles te geven, een fopspeen in die mond te duwen als ze huilt en in een box weg te leggen om te slapen. En toch koos ik ervoor dat allemaal niet te doen.

Het is makkelijker om flesvoeding te geven, maar ik zou er wel die intieme momenten met mijn kind door missen. Het is makkelijker om de baby weg te leggen en alleen te laten slapen, maar ze dicht bij mij hebben voelt toch zo fijn. Het is makkelijker om baby en peuter niet op onze kamer te laten slapen, maar ik zou mijn kindjes nergens anders willen dan bij mij in bed want samen slapen geeft een erg verbonden gevoel. Het is makkelijker om een diepvriespizza in de oven te schuiven, maar zelf koken is zo veel gezonder en geeft zo veel meer voldoening. Ga zo maar door. Meer en meer begin ik te kiezen voor de weg die meer moeite vraagt, maar meer voldoening geeft.

De aanhouder wint

De gemakkelijke weg had opgeven geweest, maar mijn verlangen om borstvoeding te blijven geven liet dit niet toe. Ik wou die bijzondere ervaring met mijn dochter nog niet kwijt. Dus legde ik haar dagen als een gek aan, wandelde en wiegde erop los, zong voor haar en motiveerde haar om goed te blijven zuigen tot er melk kwam, huilde nog een paar keer toen de productie maar niet op gang wou komen.... tot de vroedvrouw vier dagen later onze meid kwam wegen en ze 200 gram bleek bijgekomen. 

Blij, opgelucht, voorzichtig hoopvol. Misschien gaat het ons dan toch nog lukken?


En intussen?

Haar gewicht blijft toenemen, maar mondjesmaat en de vroedvrouw blijft het nog steeds nauw opvolgen. 
Soms is mijn melkproductie weer goed, maar een paar dagen later moet ons meisje terug veel harder werken voor haar eten. Het vertrouwen in mijn productie is terug, maar iets zorgt er nog steeds voor dat de voedingen niet goed genoeg gaan. Dus ben ik naar een kinderarts geweest op zoek naar een achterliggende medische reden bij ons meisje. Het zou reflux kunnen zijn, vermoedde de dokter door een lichtjes rode keel. Twee weken Gaviscon geven na elke maaltijd zou moeten helpen. 
Al een week voorbij, maar nog geen resultaat.
Volgens de vroedvrouw zou de melk te hevig komen na mijn toeschietreflex en schrikt ze daarvan. Ik merk inderdaad dat ze zich aan de borst geregeld verslikt en daarna weigert verder te drinken. Maar op andere momenten komt de melk niet snel genoeg en is ze daar dan weer lastig om. Ik vermoed dat het gewoon niet snel goed is voor mijn dametje en dat ze simpelweg een moeilijke eter is.

We zijn er nog steeds niet, maar intussen lijkt het wel alsof mijn meisje soms terug liever aan de borst drinkt en dat is al een positieve wending. De ene dag gaat het beter dan de andere. Soms mag ik even gaan zitten en kan ik heel ontspannen genieten, maar meestal moet ik nog steeds staand eten geven en mijn hele trukendoos bovenhalen om haar aangelegd te krijgen. (Wat een mens al niet doet om toch maar borstvoeding te blijven geven.) 




Hebben jullie borstvoeding gegeven? Was dat bij jullie ook zo'n uitdaging of ging het allemaal vanzelf? (Of reageer anders maar niet als het allemaal vanzelf gegaan is :-))

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

Borstvoedingsblues



Morgen wordt mijn zoontje Ian zes maanden oud en dat brengt een hoop gevoelens met zich mee. Ik weet dat ik trots en blij moet zijn op mijn mooie, gezonde jongen (dat ben ik ook), maar daarnaast voel ik me al de hele dag weemoedig. Zo veel mensen hebben me tijdens en na het kraambezoek gezegd te genieten omdat “het zo snel gaat”. Die eerste maanden voelde dat helemaal niet zo. Met een slechte slaper loop je als een zombie rond. Alle dagen leken in elkaar te vloeien en ik voelde me vaak ellendig. Er leek geen einde aan te komen! Ik zag mijn ventje wel graag en we hebben ook heel wat mooie momenten gehad, maar ik telde de dagen af in de hoop dat hij beter zou slapen als hij wat groter was. 

En nu hij wat groter is, zijn de nachten inderdaad beter. Wat ben ik daar blij om! Maar nu ik eveneens uit mijn zombietoestand ontwaakt ben, zijn er al zo veel dingen die ik mis. Hij valt niet meer op zijn buik bij mij in slaap. Knuffelen gaat niet meer zo goed, want van zodra ik hem lekker vasthoudt begint hij zich los te wringen alsof zijn leven ervan afhangt. Ik had het nooit gedacht, maar zelfs de borstvoeding mis ik. Sinds de komst van de vaste voeding is deze namelijk aanzienlijk afgenomen. Ik heb altijd gezegd dat ik na zes maanden zou stoppen met borstvoeding. Nu het bijna zo ver is, moet ik stiekem toegeven dat ik er nog geen definitieve streep onder kan trekken. 

De momenten dat Ian nog aan de borst drinkt zijn schaars. En als hij drinkt, heeft hij altijd 20 meer interessante dingen te doen. Intussen vergeet hij dat mama’s tepel in zijn mond zit en dat die geen meter kan uitrekken. Bovendien zit hij constant met zijn armpje in mijn gezicht te zwaaien waardoor het in elk geval geen ontspannen en intiem moment meer te noemen is. Zeker als hij dan ook nog eens beslist om die twee scherpe tandjes van hem in mijn tepel te boren. 

Maar soms is het nog eens zoals vroeger. Dan ligt hij doodstil en lekker knus bij mij. Ik zie zijn kleine handjes die zich vastgrijpen aan mijn blouse zachtjes open en dicht gaan. De knuffelhormonen gieren dan door mijn lijf en ik zou dat schattige ventje wel kunnen opeten. Dan voel ik een diepe verbondenheid met mijn zoon. Alsof de navelstreng nooit is doorgeknipt. Die momenten, dat gevoel wil ik nog niet missen. Dat kan ik nog (even) niet loslaten. En daarom houd ik me als een wanhopige mama vast aan de laatste lekjes borstmelk die ik nog heb.

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS