Ann W. Mogelijk gemaakt door Blogger.
RSS
Posts tonen met het label opinie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label opinie. Alle posts tonen

Mama, waarom heb je toen niet meer gedaan?


Het is intussen al enkele weken geleden dat ik dacht: Was ik maar terug zeventien jaar, dan kon ik mee actie voeren met de jongeren voor het klimaat. Waarom was onze generatie niet zo ondernemend? Waarom ben ik niet zo? 

Een rusteloos gevoel overviel me en ging niet meer weg.

De acties van Anuna De Wever en Greta Thunberg (Youth for climate) zijn gewoonweg inspirerend. Eindelijk komt er iemand op voor wat er echt toe doet. Eindelijk vecht er iemand voor het klimaat, én dan zijn het nog twee tieners ook. Respect! Een deel van mij zou graag meedoen, liefst heel onze generatie mee optrommelen en volop protesteren. (Wij hebben toch een even grote verantwoordelijkheid, niet?) Laten we elke donderdag niet gaan werken en heel onze economie lam leggen. Ja! 
Iets zegt me dat het eenzame stakingen zullen worden. Daarvoor zijn we te plichtsbewust. We zijn bang om ons inkomen te verliezen en verstoppen ons eerder achter een laptop en smartphone of gaan braaf in het weekend marcheren. (Schuldig.)

Oké, to be fair, er is wel vanalles op til. We laten het werk niet alleen over aan de jeugd. Toch maakt het me droevig dat er 'maar' 70 000 mensen op straat kwamen eind januari voor de klimaatmars in Brussel. Of dat er 'maar' 216 000 landgenoten tekenden op Sign For My Future voor een beter klimaatbeleid. We zijn tenslotte met meer dan 11,35 miljoen Belgen. In verhouding lijken dat dus verwaarloosbare aantallen. Waarom ging trouwens de 'Sign for my future' badge op Facebook niet even viraal als 'Je suis Charlie'? Terwijl de huidige situatie toch even bedreigend, zo niet nog bedreigender, is voor de toekomst van onze kindjes? Nee, dat snap ik dus niet. Je suis désolé. (Wat volgens Madonna 'ik ben droevig' wil zeggen ;-)) 

Ik vroeg me af: Doen we wel genoeg? Of beter: Doe ik wel genoeg? (Want het is heel gemakkelijk om te klagen over een ander, maar zelf iets veranderen is een ander paar mouwen.)

De feiten op een rij

Toen ik kind was, zo'n twintig jaar geleden (Omg, is dat echt al zo lang geleden?), leerden we al over de opwarming van aarde. Ja, dit is normaal, maar het tempo waarin dit gebeurt, is sneller dan ooit. Logisch als je weet dat de opwarming van de aarde beïnvloed wordt door CO2 gassen en dat menselijke activiteit (met de auto rijden, de industrie, vlees eten!, ...) daar de voornaamste oorzaak van is. Neem dan ook nog eens het feit dat de bevolking wereldwijd in sprongen toeneemt. Intussen staat de teller op 7,69 miljard. (Het is bijna angstaanjagend hoe snel de teller gaat trouwens.) Twintig jaar geleden telde de wereld nog 'maar' 6 miljard mensen. 

Veel mensen dus en veel CO2 gassen.

Wat kan ik doen om mijn CO2-uitstoot te beperken?


Mijn ogen zijn beginnen opengaan na het zien van de documentaire Cowspiracy. Intussen ook weeral drie jaar geleden. Ik dacht altijd: wil je goed doen voor het milieu, neem dan het openbaar vervoer of de fiets en rijdt zo weinig mogelijk met de auto. Tot Kip Andersen me duidelijk maakte dat het eten van vlees een veel grotere impact heeft op de uitstoot van CO2. Een feit dat zorgvuldig in de doofpot werd gestoken. Een nee, dan gaat het niet over de koeienscheten (zij vormen slechts een klein deel van het probleem), maar meer over de middelen die nodig zijn om uiteindelijk tot één stukje vlees te komen (de hoeveelheid water, land, eten, ...) Zo is voor één steak maar liefst 4000 liter water nodig.

Bijgevolg is mijn man sinds de geboorte van onze dochter vegetariër en stap voor stap treed ik in zijn voetsporen. Nee, gemakkelijk vind ik het niet. Ik ben zot op spek, salami en gehakt. Maar soms zijn er van die momenten in je leven die een keerpunt zijn en het zien van Cowspiracy is er daar één van. Je kan nooit teruggaan naar 'het niet weten' en vlees eten zonder schuldgevoel.

Blij ben ik ook met de open brief waarin wetenschappers de actievoerende jongeren groot gelijk geven. Er moeten NU structurele maatregelen komen om de opwarming van de aarde te beperken tot onder de 2 graden. Zo niet, dan staan er ons rampzalige gevolgen te wachten. Er zullen alleen maar meer en meer weersextremen voorkomen zoals hittegolven, droogtes en overstromingen. Van zodra we de grens van 2 graden opwarming bereiken, lopen we blijkbaar de kans dat de klimaatopwarming zichzelf gaat versterken. 

Is dit iets dat we tegen 2050 aan onze kinderen willen uitleggen? Ik wil alvast niet dat deze ogen mij aankijken en vragen: "Mama, waarom heb je toen niet meer gedaan?"


Waarom ondernemen we niet meer actie?


Mijn onrust en frustratie maakten plaats voor mildheid. Misschien doen we dat wel, gewoon niet zo out in the open als de jongeren. We 'vind-ik-leuk'-en de acties van de jongeren en klimaatmarsen op Facebook. Er zijn nog nooit zo veel artikels en interviews rond het hele gebeuren gedeeld als nu. We roepen op tot actie via internet of tv... (Ik denk bijvoorbeeld weer aan de petitie van Sign For My Future die ik ook bij verschillende vrienden heb zien passeren.)

En ik denk niet dat het daar zal stoppen.

And then there was hope...

Na mijn rusteloos en verontwaardigd gevoel, is er nu plaats voor hoop. De stem van de jongeren klinkt luider en luider, ik zie in de media veel berichten van oudere generaties die hen steunen (en mee gaan marcheren), er lijken eindelijk ook dingen in beweging te komen op het beleidsniveau... Er is iets tot leven gekomen en dat is zo mooi om te zien. 

En ik? Naast het zo afvalvrij mogelijk leven, vermijden van plastiek afval, zo veel als ik kan de fiets nemen, zo zuinig mogelijk met alle hulpbronnen (vb. water, elektriciteit, ...) proberen omgaan... ben ik vanaf heden alvast officieel vegetariër. 

Laten we er samen voor zorgen dat onze kinderen ons later dankbaar zullen zijn voor alles wat we nu voor hen doen. Let's make them proud!

En dat er morgen weer veel mensen op straat mogen komen! Ik ben alvast trots op iedereen die mee doet.

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

Zo'n stempel kan ook goed zijn

Ons zoontje, voor wie nog veel deuren mogen opengaan...

Tien jaar geleden werd ik in mijn opleiding Toegepaste Psychologie met waarschuwingen gebombardeerd: Pas op met het stellen van een diagnose; dit kan erg negatieve gevolgen hebben voor een kind. Een terechte boodschap in een tijdperk waarin er met stempels gestrooid werd. Een (onterechte) diagnose kan zeer nadelig zijn o.a. voor het zelfbeeld van het kind. Verder liggen de nadelen voor een groot deel bij de omgeving (vind ik). Leerkrachten, ouders, familie, ... zouden het kind kunnen reduceren tot zijn diagnose en alle gedrag van daaruit gaan bekijken. Een kind met autisme blijft in de eerste plaats een kind. Hetzelfde voor een kind met ADHD, dyslexie, ... en dat leek men lange tijd te vergeten.

Intussen heb ik echter geleerd dat een diagnose ook voordelen kan hebben. En dat vooral door mama te zijn van een kindje dat volgens mijn man en mezelf (en nog een aantal anderen) op het spectrum thuishoort...

Bijna een jaar geleden nam een verpleegster van Kind & Gezin voor het eerst het woord autistoform gedrag in de mond. Onze kleine man was toen 2,5 jaar en kreeg een gigantische driftbui nadat de lieve vrijwilligers hem wilden meten. Hij wou niet luisteren of meewerken aan de opdrachten die de verpleegster hem aanbood en maakte voortdurend een zeurend geluid. Aan dat zeuren waren wij trouwens zo gewend dat het ons al helemaal niet meer opviel. Vooral voor mij was het even schrikken toen de verpleegster haar bedenking deelde. Even. Daarna viel er eindelijk een stuk van de puzzel op zijn plaats. Daarom is ons zoontje dus anders!

Een jaar later is hij bijna volledig zindelijk, zegt hij meer dan honderd (vooral zelfgemaakte) woorden, krijgt hij een pak minder driftbuien en gaat hij enorm graag naar school. Maar anders is hij nog steeds. Dat zal hij ook altijd zijn. Mijn man en ik hebben zijn ‘anders zijn’ intussen volledig aanvaard (we houden er zelfs enorm van) en hebben gebruik gemaakt van het afgelopen jaar om ons verder in zijn autisme te verdiepen. We zijn een paar keer langs een auticoach geweest, hebben verschillende boeken gelezen en zijn intussen een jaar van creatief zoeken, uittesten, vallen en opstaan rijker. We zijn trots op de stappen die wij en hij al gezet hebben. De kleine grote successen. We geloven in hem en zijn toekomst. Maar makkelijk, nee, dat is het niet.

Zijn zusje van één jaar heeft duidelijk geen autisme. Zij ontwikkelt met het grootste gemak. Op haar veertien maanden heeft ze al een tientallen woordjes (of klanken die toch erg in de buurt van het juiste woord komen) en ze probeert er steeds meer en meer na te zeggen. Ze kijkt naar ons en doet ons na. Intussen is ze helemaal into stappen en wil ze niets anders dan oefenen. Wat een verschil met haar broer die altijd zo in zijn eigen wereldje vertoefde en zo hard moest/moet werken om elk stapje in zijn ontwikkeling. Onze dochter maakt voortdurend oogcontact, lacht met en naar ons, kijkt als we ergens naar wijzen en wijst op haar beurt naar de dingen die zij interessant vindt, ... Onze zoon deed niets van dat alles. Toch zeker niet toen hij zo oud was als haar. Door onze dochter bezig te zien valt het nog meer op hoe anders onze grote man is. Zij neemt alles in zich op als een spons, terwijl het bij hem zoeken is naar wegen om door zijn harnas doorheen te prikken.

Mag ik wel zeggen dat we enorm genieten van onze kinderen? Het afgelopen jaar hebben we gezocht hoe we ons zoontje het best konden helpen. We hebben hem vergezeld in zijn wereld tot hij interesse begon te tonen in die van ons. We hebben manieren gezocht om hem zindelijk te krijgen, wat een hele weg geweest is, en ontdekten dat hij een kei is in puzzelen. Een activiteit die we nu met plezier samen doen. Momenteel is het weer zoeken naar een weg om hem te stimuleren in zijn taal. Intussen wil hij al woordjes gebruiken, maar nu moet hij nog die van ons willen gebruiken. (Niet zijn eigen, doch erg mooie, taal. Een ster is bijvoorbeeld een 'sedeleh', een monstertruck is een 'kesseki' en zijn boekentas is de 'kettekas'.)

We zijn dankbaar om de stappen die hij zet, maar ook met de vooruitgang van ons meisje. Het is zelfs een beetje een wonder hoe gewoon en makkelijk het bij haar gaat. Iets wat door andere ouders en kinderen heel vanzelfsprekend genomen wordt, voelt voor ons aan als pure magie.

Ons zoontje doet het best goed, en toch willen we hem graag laten testen. Dat was in het begin zeker niet het geval. Na het fameuze bezoek aan Kind & Gezin, gingen we naar een auticoach. Is testen wel het beste voor hem? Kind & Gezin wou ons doorverwijzen, maar zelf twijfelden we. De auticoach heeft ons geholpen in te zien dat een diagnose veel voordelen kan hebben. Zo opent dat papier de deuren naar hulp en schept het duidelijkheid (voor de omgeving en voor henzelf). Haar ervaring was dat kinderen eigenlijk best wel goed met hun diagnose kunnen omgaan en het als een deel van zichzelf aanvaarden. (Zo lang de omgeving maar hetzelfde doet.) Kindjes die anders zijn en geen diagnose krijgen, kunnen zich heel hun leven afvragen wat er ‘mis is met hen’. In deze gevallen kan een stempel net goed zijn voor het zelfbeeld en heel wat ellende voorkomen.

Mijn man en ik willen ons zoontje laten testen en hopen zelfs op een diagnose (hoe gek dat misschien ook mag klinken). Voor ons zou dat papier duidelijkheid brengen (een kader waarbinnen we met anderen kunnen communiceren) en een stok achter de deur zijn voor het geval er bijvoorbeeld problemen opduiken op school.

Mijn man heeft zelfs schrik voor een leven zonder diagnose wat ons zoontje betreft. Zelf heeft hij zich altijd anders gevoeld en heeft hij nooit begrepen waarom. Hij kan nu zien dat hij zelf waarschijnlijk autisme heeft en dat heeft hem veel deugd gedaan. Er is een zekere rust gekomen. Hij begrijpt zichzelf beter. Dat willen we ook voor onze kleine man.

Onze kinderpsychiater wil echter niet bepaald meewerken.

In juli zijn we met onze zoon op een eerste gesprek geweest. Hij deed het echt heel goed. Hij kwam mooi tot spel, zocht contact met ons, heeft samen met ons een boekje 'gelezen', maakte 'oogcontact' met haar (we denken dat hij naar haar bril keek), ... Haar (voorbarige) conclusie: onze zoon heeft geen autisme. Hij volgt gewoon een eigen ontwikkelingspatroon en heeft misschien wel bijzondere aandacht nodig. Die vage zever vind ik persoonlijk vervelender dan een duidelijke diagnose. Maar oké. Wij zijn vooral boos omdat ze conclusies trekt op basis van haar eigen observatie van hooguit een uur en ons verhaal links laat liggen. Net zoals alle informatie die ook de school en het CLB intussen verzameld hebben.

Bovendien heeft de psychiater het bijvoorbeeld over deuren die zouden sluiten als ze een diagnose op onze kleine man zou plakken. In onze ogen gaan er alleen maar deuren open. Op school kan hij hulp krijgen, wij kunnen hulp krijgen, zijn taal kan actief mee ondersteund worden, … Dus hebben we gevraagd om hem toch te testen, ondanks haar advies. Wat ze nu ook gaan doen. Eind deze maand hebben we terug een afspraak en kunnen we eindelijk van start gaan met de diagnostische procedure. Na een viertal gesprekken zal de kinderpsychiater samen met haar team beslissen of er inderdaad sprake van autisme kan zijn en verder testen indien nodig.

Ik vind haar voorzichtigheid in het geven van diagnoses goed. Dat mag zeker zo blijven. Lange tijd heeft men dat niet gedaan en werden er veel kinderen die het eigenlijk niet nodig hadden gelabeld. Als tegenwind daarvoor is er dan de 'pas op met die stempels' beweging gekomen die volgens mij in een diagnose-angst is uitgemond waar we geen stap mee verder komen. In die angst zit onze kinderpsychiater nu vast...

Ze beschouwt een diagnose als iets negatief, als een 'deurensluiter'… Als onze zoon ons één ding geleerd heeft, dan is het dat 'anders zijn' zo mooi kan zijn en helemaal niets negatief is of toch niet hoeft te zijn. Negeren of doen alsof er niets is, dat kan erg negatief zijn. Daar komen wij noch hij een stap mee verder. Sinds wij van zijn autisme overtuigd zijn en hier rekening mee houden in onze aanpak, is hij met grote stappen vooruit beginnen gaan. Een diagnose kan dus echt in positieve zin het verschil maken. Hopelijk zal onze kinderpsychiater dit gauw inzien.

Kroelen met de kleine man.

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

9 misverstanden over borstvoeding

Drie jaar geleden stond ik voor de keuze: borstvoeding geven of niet. Mijn eerste zoontje zou geboren worden en flesvoeding was zo wat de norm bij iedereen in mijn omgeving. Toch sprak het idee mij enorm aan: mijn baby die door melk uit mijn lichaam gevoed zou worden en knus aan mijn borst zou hangen. We gingen tijdens mijn eerste zwangerschap naar een infomoment over borstvoeding en de voordelen bleken enorm, zowel voor mijn kind als voor mezelf. Hoe kon ik dat allemaal weten en niet voor borstvoeding kiezen? Drie jaar later geef ik al elf maanden (and counting) borstvoeding aan mijn jongste dochter. Mijn zoontje heb ik bijna zeven maanden borst gevoed. En wat ben ik blij met die keuze!

Toch is het nog steeds niet de norm om je kind borstvoeding te geven en als er al voor de borst gekozen wordt, stopt de mama in kwestie er na drie tot zes maanden mee. Met mijn elf maanden begin ik zo stilaan bij de langvoeders te horen. Dat moet veranderen. Borstvoeding zou meer aanvaard mogen worden en meer als eerste optie gezien mogen worden i.p.v. iets waarvoor de mama zich op den duur zelfs moet verantwoorden. Geen “ik zal het proberen” meer, maar “ik ga het doen”. Om die beweging mee mogelijk te maken, zijn er alvast enkele misverstanden over borstvoeding (waar ik vroeger zelf van overtuigd was) die ik de wereld wil uithelpen.

1. Hap en klaar

Drie jaar geleden geloofde ik nog dat het zo simpel was: baby aan de borst, zuigen, melk drinken en klaar. Ja, het is zo simpel… én eigenlijk ook niet. Toch zeker niet in het begin. Dan kan er vanalles “mis” gaan: je baby kan de verkeerde zuigtechniek hanteren, je moet hem helpen goed aan te leggen, je tepels kunnen kloven krijgen of ontsteken, sommige kindjes zijn luie drinkers (here here) en stimuleren je productie niet genoeg, je productie kan sterk achteruitgaan of zelfs helemaal verdwijnen… Maar daarom zijn er vroedvrouwen die ons met al hun kennis en steun kunnen bijstaan, én die aan huis komen. Thank god!

2. Als je geen melk meer hebt, moet je stoppen.

Dat is een fabeltje dat mijn vroedvrouw al snel ontkracht had. Na de geboorte van mijn zoontje viel mijn melkproductie na tien dagen weg. Ik huilde tranen met tuiten en belde in paniek een vroedvrouw op. Zij kon me gelukkig geruststellen en zei dat ik door kolven mijn productie terug tot leven kon wekken. Gewoon twee dagen elke voeding kolven, ook al komt er niets uit op dat moment. Ze had gelijk; twee dagen later was de melk er weer. En mijn zoontje heeft nog zes maanden kunnen drinken.

3. Het is moeilijk.`

Dat is een misverstand en ergens ook niet. Borstvoeding geven gaat niet persé vanzelf, bij mij toch niet. Bij baby nummer één heb ik altijd moeten bijkolven om mijn productie op pijl te houden. Baby nummer twee was (en is) een moeilijke eter waardoor ik ook geregeld moe(s)t bijkolven, allerlei trucjes moest proberen om ze te laten drinken (waaronder eten geven in de draagdoek), tussendoor moest kolven en borstmelk met de fles geven (wat dan de ene dag super ging en de dag erna wou ze alleen borst), … MAAR nu ze groter wordt, gaat het allemaal makkelijker. Ik geef nog maar een paar melkvoedingen per dag en zeker als ze daarna in slaap mag vallen aan de borst is het heel knus. Momenten van onschatbare waarde. Ik zou er ondanks alle 'moeilijkheden' meteen opnieuw aan beginnen. Mama’s die geen borstvoeding geven of gegeven hebben, missen een heel intiem en mooi iets. 

4. Het is voor luie mensen.

Als dat zo was, zouden wel meer mensen het doen. Nietwaar? Maar intussen is het inderdaad gemakkelijk geworden. De eerste maanden is het echter doorbijten. En dat hoor ik wel meer zeggen.

5. Het is voor marginale mensen.

Dat is een overtuiging waar ik me voor schaam, maar ik had ze wel. Waarschijnlijk omdat borstvoeding totaal de norm niet is in mijn omgeving en ik weinig hoger opgeleide vrouwen kende die voor borstvoeding kozen. Dat is gelukkig intussen veranderd. Niet dat ik veel vriendinnen heb die borstvoeding geven, maar intussen heb ik via blogs en Facebook wel wat gelijkgestemde zielen gevonden. 

6. Je borsten zijn nadien leeggezogen theezakjes.

Ik heb mama’s ontmoet die dat effectief zullen beamen, maar ik ken ook mama’s die zelfs een cupmaatje meer hadden na het borstvoeden van hun kind. 
Mijn borsten zullen tot de theezakjescategorie behoren, maar dankzij borstvoeding ben ik ook massa’s overtollig vet kwijt en past de rest van mijn lichaam perfect bij die platte borsten.

7. Flesvoeding is even goed.

Sofie zegt het al in haar heel interessant artikel (Het is geen tussendoortje, een kind): Je kan niet zeggen dat je borstvoeding geeft en dat het beste vinden, zonder (de meeste) ouders die flesvoeding geven op de teen te trappen. Maar zonder oordeel of veroordeel, borstvoeding is gewoon het beste en de meest gezonde optie voor je kind.

8. “Als het lukt…”

Nog voor mijn eerste kindje geboren werd, plakte ik snel die zin aan mijn antwoord als mensen me vroegen of ik borstvoeding wou geven. Alsof ik me op voorhand al excuseerde, moest ik uiteindelijk toch flesvoeding geven. Er is volgens mij een soort laksheid gekomen. Borstvoeding is het beste, maar het is oké als het niet lukt. Dat is zo, maar doen we oprecht ons best voor we ermee stoppen? Hebben we echt alles geprobeerd? Ik ken ook mama's die graag borstvoeding wilden geven, maar die toch gestopt zijn. Vooral omdat ze hun partner of netwerk niet mee hadden.
Uiteindelijk heb ik echt voor de borstvoeding moeten werken, nee, moeten vechten. Gelukkig had ik de steun van mijn man en vroedvrouw, maar het deed me wel beseffen hoe belangrijk dat netwerk is. Soms heb je iemand nodig die zegt dat je niet op mag geven, dat je goed bezig bent, dat je een goede mama bent. Geen "Stop toch gewoon als het niet meer gaat", "Waarom blijf je al die moeite toch doen?" of "Ik snap niet waarom je nog borstvoeding geeft."
Met wat meer steun, begrip en acceptatie vanuit de omgeving, zou borstvoeding vaker 'lukken'.

9. Zes maanden borstvoeding geven is lang.

Ik geef nu elf maanden borstvoeding en zelfs dat is nog niet lang. Twee jaar raadt de WHO aan en tot het kind zeven jaar oud is, is hij gebaat bij moedermelk (zei onze vroedvrouw). 
Toen ik voor de zes maanden controle naar Kind en Gezin ging, vroeg de verpleegster of ik al rare opmerkingen kreeg over het feit dat ik nog borstvoeding gaf. Dat op zich vond ik een rare opmerking. Het voelde helemaal niet gek om dat klein, nog van mij afhankelijk wezentje, aan mijn borst te zien hangen. En het voelt nog steeds erg juist en natuurlijk.


Dan rest me alleen nog...

Sorry aan alle mama’s die ik misschien ooit zelf scheef bekeken heb. Het is oké dat ik een beetje borst zie wanneer je eten geeft aan je kleintje. Het is oké als ik een glimps opvang van je tepel wanneer je baby net loslaat. Het is oké dat je peuter op je schoot kruipt en om papje vraagt. Het is oké om je kind te voeden terwijl ik aan de tafel ernaast eet. Het is meer dan oké. Het is supermooi.


  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

Waarom ik toch foto's op Facebook blijf zetten

Facebook zou ons ongelukkig maken; dat tonen verschillende onderzoeken aan. Mensen die vaak op Facebook zitten, zijn ervan overtuigd dat anderen gelukkiger zijn dan hen. Ze hebben geen leuke job in het buitenland zoals hun nicht. Ze hebben geen gelukkig huwelijk zoals die ene vriendin. Ze zijn niet naar een exotische bestemming op reis geweest zoals hun broer. Zo stelt de 25-jarige student Sociologie Koen Damhuis die nu ook een boek over het onderwerp geschreven heeft. Facebook zou ons vooral laten zien wat we niet bereikt hebben. Zelf zou ik zo ver niet durven gaan. Maar dat Facebook ook nadelen heeft, dat staat vast.


Winnaars en verliezers

Damhuis heeft het al gauw over meer dan Facebook alleen en legt de link met onze maatschappij waar er zo veel mogelijkheden zijn dat het eerder een vloek wordt in plaats van een zegen. We kunnen studeren wat we willen, gaan werken waar we willen, trouwen met wie we willen (of net helemaal niet)… De wereld ligt aan onze voeten en ons succes ligt in onze eigen handen. Zij die niet slagen, moeten bijgevolg wel iets verkeerd gedaan hebben. Zij zijn verliezers, losers. Facebook zou daar een weergave van zijn. We propaganderen ons succes aan de wereld: "Kijk eens wat een mooie kindjes ik heb. En wat een goed rapport hadden ze bij! Zijn wij nu geen gelukkig gezinnetje?" Ook ik maak me al eens schuldig aan de occasionele gezins- of vakantiefoto. Maar doe ik dat dan om reclame te maken voor mijn succes of om te bewijzen dat ik geen verliezer ben?

En wat met onze jeugd?

Ook Miss Mila, de bloggende thuisblijfmama met de vaak kritische pen, wees onlangs in haar post Facebook depressie op de goednieuwsshow die zich op Facebook afspeelt. Maar wat als je geen geld hebt om te reizen, op restaurant te gaan of wat als je kinderen geen geweldig rapport hebben? In your face! Zo zou Facebook veel volwassenen onzeker maken. Miss Mila stelt zich vervolgens heel terecht de vraag: Als het al zo'n effect heeft op volwassenen, welke invloed moet Facebook dan niet op onze jeugd hebben?

Op TEJO, de organisatie waar ik therapie geef aan die jeugd, kregen we enkele jaren geleden bezoek van Paul Verhaeghe. Een Gentse psycholoog en hoogleraar die veel schrijft en geschreven heeft over onze maatschappij. (Zijn boek Identiteit staat nog op mijn to read-lijstje trouwens.) Verhaeghe vertelde over het individualisme in onze samenleving. Je moet succesvol zijn, desnoods ten koste van de ander. Dat merk ik in het werkveld ook: vele jongeren zijn eenzaam en er rust een grote druk op hun schouders. Ze moeten het maken in een wereld waar het ieder voor zich is, waar je succes moet hebben en moet winnen (populair zijn). 

Als je leeftijdsgenoten op Facebook geweldige foto's plaatsen, honderden vrienden hebben en al even veel vind-ik-leuks, dan krijg je al snel het gevoel dat die ander meer heeft, cooler is, mooier is, … Met andere woorden, dat jij een loser bent. 

Het einde van Facebook?

Afgelopen vrijdag zat er een 15-jarige jongen bij mij in therapie. Hij wist me te vertellen dat zijn leeftijdsgenoten en hij steeds minder Facebooken. Het zou niet meer zo 'in' zijn. Misschien zijn de jongeren al dat cyberstoefen ook wel beu.

Waarom blijf ik het dan toch doen?

Dat er heel wat minpunten aan Facebook verbonden zijn, is geen nieuws. Waarom post ik dan nog steeds af en toe een leuke vakantiefoto of een foto van ons schattig ventje? Dat is heus niet omdat ik mijn geluk lekker in het gezicht van mijn familie en vrienden wil wrijven. Het antwoord is heel eenvoudig: omdat ik die dingen graag wil delen met de mensen die ik graag zie. Het is zoals het citaat dat McCandless in één van zijn boeken had aangeduid zegt: “Happiness only real when shared.” Mijn geluk is pas compleet als ik het met naaste vrienden en familie kan delen. Mijn Facebookaccount telt dan ook slechts vijftig 'vrienden' en ik deel mijn foto's enkel met een selectief groepje van 'goede vrienden'. 

Naast al die nadelen mogen we dus het belangrijke voordeel van Facebook niet vergeten: het is een medium dat mensen met elkaar verbindt. Mits het met de juiste intenties gebruikt wordt, kan Facebook zeker en vast ook iets moois zijn.

Het geheim voor een tevreden mens

Hoe kunnen we dan toch beroep blijven doen op Facebook, maar wel een einde brengen aan de gelukswedstrijd die er zich afspeelt? Volgens Damhuis ligt het antwoord in het verlagen van je verwachtingen. We moeten leren aanvaarden dat ons leven middelmatig is. Pas dan kunnen we tevreden zijn met wat we hebben en stoppen met er bovenuit te willen steken. Het zou nu eenmaal niet middelmatig noemen als het niet de norm was en een norm ontstaat als dit het geval is bij de meerderheid van de mensen. Maar ja, wie wil er nu een middelmatig leven? 

Alhoewel, als dat een gelukkig en gezond leven is, dan is daar eigenlijk niets mis mee.


  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

Hoe druk hebben we het echt?

"Ik heb het druk." We zeggen het allemaal en al te vaak. Ook als thuismama zijn er dagen dat ik als een kip zonder kop rond loop en niet weet waar te beginnen. Of neem nu mijn schoonvader. Hij heeft het nog nooit zo "druk" gehad als tijdens de weken dat hij thuis in ziekenkas zat. Het verbaast me dus niet dat Bart Eeckhout in De Morgen verklaart dat er wel degelijk een kloof bestaat tussen beleving en werkelijkheid. Hoe druk hebben we het echt? 
Ook Ignace Glorieux haalt in zijn artikel in Moment (Jaja, er staan al eens boeiende artikels in dat krantje van de CM.) de ogenschijnlijke tegenstelling aan dat we het drukker lijken te hebben terwijl er de laatste jaren meer toestellen en diensten zijn gekomen die het leven vergemakkelijken. Denk maar aan de was- en vaatwasmachine, kant- en klare maaltijden, een poetsvrouw die betaald kan worden met dienstencheques, ... Of neem nu gepensioneerden. Afgelopen week waren we op bezoek bij de grootouders van mijn man. Net zoals vele gepensioneerden hadden ook zij het druk, want morgen kwam er weeral bezoek, de dag erna moesten ze nog boodschappen doen en in het weekend moesten ze hun koffers beginnen pakken. 
Het druk hebben is een statussymbool geworden, zoals ook Eeckhout zegt. We vragen aan elkaar wat we het afgelopen weekend gedaan hebben en zeggen dat je twee dagen thuis in de zetel hebt gelegen, is niet zo interessant. Verder in het artikel slaagt Eeckhout volgens mij de nagel op de kop: onze mogelijkheden zijn enorm toegenomen. We kunnen veel, we hebben de middelen daartoe en we willen ook veel. De laatste nieuwe film zien, dat hippe restaurant uittesten, op stap gaan met het gezin, onze keuken renoveren, ... De keuzemogelijkheden zijn erg ruim, maar onze tijd is beperkt. Het gevolg is een continu gejaagd gevoel.
De rol van de media is hierbij niet te onderschatten. Zij wijst ons op alle leuke, niet te missen boeken die we "moeten" lezen, films of series die we "moeten" zien, reizen die we "moeten" maken, ... Eeckhout toont aan hoe het woord "moeten" in ons taalgebruik  is binnengeslopen.  Denk maar aan een must seemust hear of must read. Zo hebben we in onze berging een doos staan vol artikels over mooie, vaak exotische reisbestemmingen of leuke activiteiten in de buurt die we nog eens "moeten" doen. Een overvolle doos die onmogelijk af te werken valt op één mensenleven. En elke week komt er wel een artikel bij. 

Er is dus altijd wel iets te doen en tegelijkertijd nog meer dingen die we niet kunnen doen.  Kiezen is verliezen, zeggen ze dan. Dat merk ik alleen al wanneer ik blogs begin te lezen. Ik kan niet alles lezen, ik kan niet iedereen volgen of op alle posts reageren. Onvermijdelijk zullen er boeiende artikels aan mijn radar ontsnappen en dat kan ik niet altijd even goed loslaten. Fear of missing out noemen ze dat blijkbaar. 
Vrije tijd voelt helemaal niet meer zo vrij. Ook ik betrap mezelf er vaak op te zeggen dat ik iets nog MOET doen of daar nog naartoe MOET. Dus besloot ik deze week de "ik moet" actief te veranderen door een "ik wil" of "ik zou graag". Wanneer ik 's middags met het gezin op bezoek ga bij een vriend die thuis zit na een operatie, kan ik dat als een sociaal verplicht ziekenbezoekje zien of ik kan het beschouwen als een persoonlijke keuze om hiervoor tijd vrij te maken, aangezien vrienden voor mij belangrijk zijn. En meteen voelde ik mij terug meer baas over mijn eigen tijdsbesteding (en leven).

Glorieux geeft nog enkele tips voor mensen die willen onthaasten. Ga ergens naartoe waar er geen TV, internet of GSM is. Even weg van alle prikkels. Ik moet toegeven dat ik daarom zo geniet van op reis gaan. In een tent staat geen TV, onze GSM komt alleen 's avonds boven (om een SMS te sturen naar de nog steeds bezorgde ouders) en internet hebben we al helemaal niet. Ik zit graag op Facebook en blog heel graag, maar die break van enkele weken heb ik geregeld nodig. 

Verder raadt Glorieux aan om dagelijks een moment van rust in te lassen. Voor hem was dat de wandeling naar de tram op weg naar het werk, maar je kan bijvoorbeeld ook elke morgen beginnen met een kop koffie en een kwartiertje lezen. Het zijn die momenten van rust die we nodig hebben om staande te blijven in deze gejaagde tijden.

Follow my blog with Bloglovin

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

Zijn al die complimentjes wel goed voor een kind?

"Stop met positief opvoeden," dat was de titel van een boeiend artikel uit Kiind Magazine en meteen ook het begin van mijn queeste. De auteur Luuk Kolthof stelt dat het enthousiast belonen van goed gedrag (en negeren van slecht gedrag), volgens hem de kern van het positief opvoeden, misschien toch niet the way to go is. Ik kan hem geen ongelijk geven. Wanneer ik doodop ben en voor de tiende keer enthousiast tracht te reageren op een kruippoging van de kleine man, kan ik me alleen maar afvragen of hij de onoprechtheid in mijn lach niet ziet. Is dat dan echt het beste voor mijn kind?


Applaus!
Wat ik zelf ervaar, en wat ook Kolthof aanhaalt, is dat het allemaal heel leuk is als je ouders een applaus geven voor elke scheet die je laat. Wanneer je groot bent, zijn die applausjes echter plots ver zoek. Wat overblijft is een volwassene die hunkert naar aandacht en bevestiging omdat deze nooit geleerd heeft de bevestiging van binnenuit te laten komen. (Ja, ik heb het over mezelf en verdorie, wat stoor ik mij daaraan!) Ik wil dat mijn zoon weet dat ik trots op hem ben, maar ik wil bovenal dat hij trots kan zijn op zichzelf. 

Een bank vooruit
Ook op school wordt er volop gestrooid met pluimen en lofzangen als je goede punten behaalt. Dat was hét doel in mijn leven: een "Goed zo!" van de juf. Door al die applausjes, stickertjes en complimentjes lijken we kinderen (en later volwassenen) te maken die té afhankelijk zijn van externe bevestiging. Het voelt voor mij als de manier van de maatschappij om alle mensen in het gareel te houden. Want wat is er makkelijker dan brave goeddoeners die hun dagen doorbrengen wachtend tot vadertje staat een schouderklopje komt geven?

Het compliment-effect
Ik ben helemaal niet de enige die zich vragen stelt bij al die complimenten. De Amerikaanse psycholoog Carol Dweck concludeert dat kinderen die constant te horen krijgen hoe slim ze zijn, niet leren door te zetten. Ze geven op als iets niet makkelijk genoeg gaat. Resultaat: al die complimentjes leiden tot kinderen die het minder goed doen op school. Maar er is meer. Overdadig complimenten geven kan zelfs zorgen voor onzekerheid en faalangst. Er worden onrealistische verwachtingen gecreëerd waar het kind niet aan kan voldoen. 

Stoppen met complimenten geven?
Dat lijkt me dan ook weer niet de bedoeling. Klasse voor ouders heeft geen ongelijk als ze zeggen dat complimenten ook een positieve en warme band met je kind creëeren. Als ik al die artikels zo lees, lijkt vooral de manier waarop je complimenten geeft belangrijk. 
In Ouders van Nu worden enkele tips gegeven die voor mij goed aanvoelen:
- Richt je op wat je kind doet en niet op het resultaat.
- Vertel je kind wat je ziet. "Je zit al op je handen en knieën!" 
- Geef je kinderen vaak positieve aandacht, zeker ook op de momenten dat ze al mooi aan het spelen zijn. 
- Ook een glimlach of kijken naar je kind is een compliment.
- Blijf vooral oprecht.

Bij mezelf merk ik dat complimenten vaak vanzelf komen. Als de kleine meneer het beste van zichzelf geeft om weer iets nieuw te leren, ben ik gewoon apetrots. Maar dat gaat zeker niet altijd met een staande ovatie gepaard.

Moeten we dan echt stoppen met positief opvoeden? 
Kolthof stelt het positief ouderschap al te simplistisch voor. Het belonen van goed gedrag is maar een klein aspect van een veel ruimere visie. Groeimee omschrijft de vijf steunpilaren van het positief ouderschap als volgt:
1. Zorgen voor een veilige thuisbasis waar het kind zichzelf kan zijn.
2. Positieve ondersteuning bieden in de vorm van oprechte interesse, begrip tonen, praten met je kind, ...
3. Belonen en goed gedrag aansporen (Hier is hij dan.) Duidelijke grenzen stellen en afspraken maken.
4. Geen al te hoge maar ook geen te lage verwachtingen stellen aan je kind. Hij/zij moet niet perfect zijn. Iedereen maakt fouten.
5. Zorg voor jezelf. 

De nadruk ligt voornamelijk op het opbouwen van een warme relatie met je kind, tijd vrijmaken om met je kind te spelen, positieve aandacht geven, praten met je kind (ook over je eigen gevoelens)... Weet je wat? Ik heb ontdekt dat ik niet veel slechts kan zeggen over het positief ouderschap an sich.

Onvoorwaardelijk ouderschap

Er zijn welgeteld twee dingen waar ik me aan stoor. Ten eerste het enthousiasme waarmee een compliment gegeven zou moeten worden. Laten we dat al eens achterwege houden en gewoon echt blijven. Maar wat voor mij pas helemaal fout aanvoelt, is het feit dat aandacht of een compliment (de beloning) als voorwaarde gesteld worden van goed gedrag. Ik zal met je spelen àls je flink bent. Ik zal naar je lachen àls je iets goed hebt gedaan. Alfie Kohn, de grondlegger van het onvoorwaardelijk ouderschap, stelt dat de liefde van een ouder zo tot een verhandelbaar goed gemaakt wordt. Het kind krijgt het gevoel dat hij jouw liefde alleen verdient àls... Bovendien gaat de intrinsieke motivatie verloren. Een kind gaat dingen doen om een beloning (een lach, aandacht, een compliment) te krijgen, niet omdat hij er zelf plezier aan heeft.

Dieper ingaan op het onvoorwaardelijk opvoeden zou me nu te ver leiden (wordt nog vervolgd), maar die Kohn heeft zeker een punt.

En dus...
Onlangs kreeg ik van mijn vijfjarige nichtje een tekening: "Deze is voor jou, tante Ann." Ik wist eerst niet goed wat zeggen. Moet ik nu enthousiast reageren en zeggen hoe ongelooflijk waaw, prachtig en mooi die bijna onherkenbare kribbels op dat blad papier zijn? Toen dacht ik aan dit artikel en de tips uit mijn Ouders van Nu: stel vragen, toon interesse, beschrijf wat je ziet, blijf echt, ... Dus zei ik: "Oh, wat lief. Wat staat er allemaal op? Ik zie een vlinder, een bloem, ... en wat heb je hier getekend? Tante Ann vindt het zo leuk dat ze een tekening gekregen heeft. Weet je wat? Ik ga ze thuis op de koelkast hangen zodat ik er elke dag naar kan kijken." Mijn nichtje lachte en ging verder spelen. Oef, ze was tevreden en ik was gewoon mezelf gebleven. Vroeger dacht ik dat ik de overenthousiaste, applausgevende tante Ann moest spelen, maar intussen weet ik gelukkig beter.



Bronnen:
Alle bronmateriaal is doorheen het artikel gelinkt.
Behalve: van Beek M. (2014). Applaus! Of niet? Ouders van nu, 8, p. 24-27

Leestip:
"Unconditional Parenting" van Alfie Kohn

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

Wat is dat toch met al die "quality time"?

Je had al onder een steen moeten leven om al die stukken over de balans tussen gezin en werk te missen. Nu, ik leef een beetje onder een steen, want de impact was mij duidelijk ontgaan. Tot ik de artikels (de vrouwen- en de mannenversie) grondig doornam en de cijfers tot mij doordrongen. "Is dit dan quality time?" werd 100 000 keer gelezen en 20 000 keer gedeeld. Blijkbaar spreekt het heel wat mensen aan, waaronder mezelf.
 

Maar hoe meer ik het artikel en de reacties lees, hoe meer mijn maag gaat draaien. Want het toont mij nog maar eens hoe veel mensen belang hechten aan werken, geld, carrière. Naar mijn gevoel de minst belangrijke zaken in het leven. Zelf heb ik ervoor gekozen voorlopig fulltime thuis te blijven en voor ons zoontje (en het toekomstige tweede kindje) te zorgen. Hoe lang? Zo lang ze me nodig hebben. Ik heb geen plan zoals Ilse en zo heb ik het graag. Vind ik het altijd even fijn? Goh, nee. Dat kan ik eerlijk zeggen. Maar ik zou het niet anders willen.

Vorige week vrijdag ben ik voor het eerst terug met mijn vrijwilligerswerk gestart. Ik geef gratis therapie aan jongeren, één dag per week. Dit betekent dat ik één dag het voor alle (of toch de meeste) andere ouders normale leven vervoeg en mijn zoontje bij een oppas afzet. Deze is dan nog gelukkig mijn moeder of mijn schoonmoeder, geen totale vreemde die ik na een grondige screening heb uitgekozen en hoop met mijn kind te kunnen vertrouwen. En toch zakte de moed me in de schoenen toen ik mijn kleine jongen moest achterlaten. Het ging in tegen al mijn instincten die schreeuwden dat mijn zoon mij nodig had en dat ik bij hem moest blijven. Maar als er iets is dat we vandaag wel doen, is het leren om ons gevoel en onze instincten te negeren om te doen wat volgens ons hoort.

Ik heb al veel tegenwind mogen ervaren uit mijn omgeving ("Dat is toch niet van deze tijd") en als ik ooit terug werk zoek, zullen de meeste mogelijke werkgevers mij vast en zeker met een frons bekijken. Bovendien denk ik ook na over de invloed van deze keuze op mijn pensioen. Soms maak ik mij daar best zorgen over. Het is er nu eenmaal zo ingebakken bij onze generatie: "Je moet werken en zorgen voor je pensioen, dan kan je later van je oude dag genieten." Maar ik maak me even veel zorgen of onze generatie wel ooit op pensioen kan gaan en hoe hoog dat pensioen nog gaat zijn. Dus laat ik me maar van mijn jonge dagen genieten.

Thuis blijven, het is geen makkelijke keuze. Zo veel is zeker. Maar als ik elke avond mijn zoontje over zijn hoofdje streel en zijn ogen zie dichtvallen onder mijn warme hand, weet ik dat het de juiste keuze is. Er is geen enkele meer belangrijke plaats waar ik hoor te zijn. En mijn man? Die zou het liefst van al met mij ruilen.

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS