Ann W. Mogelijk gemaakt door Blogger.
RSS
Posts tonen met het label zoontje. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zoontje. Alle posts tonen

Zo'n stempel kan ook goed zijn

Ons zoontje, voor wie nog veel deuren mogen opengaan...

Tien jaar geleden werd ik in mijn opleiding Toegepaste Psychologie met waarschuwingen gebombardeerd: Pas op met het stellen van een diagnose; dit kan erg negatieve gevolgen hebben voor een kind. Een terechte boodschap in een tijdperk waarin er met stempels gestrooid werd. Een (onterechte) diagnose kan zeer nadelig zijn o.a. voor het zelfbeeld van het kind. Verder liggen de nadelen voor een groot deel bij de omgeving (vind ik). Leerkrachten, ouders, familie, ... zouden het kind kunnen reduceren tot zijn diagnose en alle gedrag van daaruit gaan bekijken. Een kind met autisme blijft in de eerste plaats een kind. Hetzelfde voor een kind met ADHD, dyslexie, ... en dat leek men lange tijd te vergeten.

Intussen heb ik echter geleerd dat een diagnose ook voordelen kan hebben. En dat vooral door mama te zijn van een kindje dat volgens mijn man en mezelf (en nog een aantal anderen) op het spectrum thuishoort...

Bijna een jaar geleden nam een verpleegster van Kind & Gezin voor het eerst het woord autistoform gedrag in de mond. Onze kleine man was toen 2,5 jaar en kreeg een gigantische driftbui nadat de lieve vrijwilligers hem wilden meten. Hij wou niet luisteren of meewerken aan de opdrachten die de verpleegster hem aanbood en maakte voortdurend een zeurend geluid. Aan dat zeuren waren wij trouwens zo gewend dat het ons al helemaal niet meer opviel. Vooral voor mij was het even schrikken toen de verpleegster haar bedenking deelde. Even. Daarna viel er eindelijk een stuk van de puzzel op zijn plaats. Daarom is ons zoontje dus anders!

Een jaar later is hij bijna volledig zindelijk, zegt hij meer dan honderd (vooral zelfgemaakte) woorden, krijgt hij een pak minder driftbuien en gaat hij enorm graag naar school. Maar anders is hij nog steeds. Dat zal hij ook altijd zijn. Mijn man en ik hebben zijn ‘anders zijn’ intussen volledig aanvaard (we houden er zelfs enorm van) en hebben gebruik gemaakt van het afgelopen jaar om ons verder in zijn autisme te verdiepen. We zijn een paar keer langs een auticoach geweest, hebben verschillende boeken gelezen en zijn intussen een jaar van creatief zoeken, uittesten, vallen en opstaan rijker. We zijn trots op de stappen die wij en hij al gezet hebben. De kleine grote successen. We geloven in hem en zijn toekomst. Maar makkelijk, nee, dat is het niet.

Zijn zusje van één jaar heeft duidelijk geen autisme. Zij ontwikkelt met het grootste gemak. Op haar veertien maanden heeft ze al een tientallen woordjes (of klanken die toch erg in de buurt van het juiste woord komen) en ze probeert er steeds meer en meer na te zeggen. Ze kijkt naar ons en doet ons na. Intussen is ze helemaal into stappen en wil ze niets anders dan oefenen. Wat een verschil met haar broer die altijd zo in zijn eigen wereldje vertoefde en zo hard moest/moet werken om elk stapje in zijn ontwikkeling. Onze dochter maakt voortdurend oogcontact, lacht met en naar ons, kijkt als we ergens naar wijzen en wijst op haar beurt naar de dingen die zij interessant vindt, ... Onze zoon deed niets van dat alles. Toch zeker niet toen hij zo oud was als haar. Door onze dochter bezig te zien valt het nog meer op hoe anders onze grote man is. Zij neemt alles in zich op als een spons, terwijl het bij hem zoeken is naar wegen om door zijn harnas doorheen te prikken.

Mag ik wel zeggen dat we enorm genieten van onze kinderen? Het afgelopen jaar hebben we gezocht hoe we ons zoontje het best konden helpen. We hebben hem vergezeld in zijn wereld tot hij interesse begon te tonen in die van ons. We hebben manieren gezocht om hem zindelijk te krijgen, wat een hele weg geweest is, en ontdekten dat hij een kei is in puzzelen. Een activiteit die we nu met plezier samen doen. Momenteel is het weer zoeken naar een weg om hem te stimuleren in zijn taal. Intussen wil hij al woordjes gebruiken, maar nu moet hij nog die van ons willen gebruiken. (Niet zijn eigen, doch erg mooie, taal. Een ster is bijvoorbeeld een 'sedeleh', een monstertruck is een 'kesseki' en zijn boekentas is de 'kettekas'.)

We zijn dankbaar om de stappen die hij zet, maar ook met de vooruitgang van ons meisje. Het is zelfs een beetje een wonder hoe gewoon en makkelijk het bij haar gaat. Iets wat door andere ouders en kinderen heel vanzelfsprekend genomen wordt, voelt voor ons aan als pure magie.

Ons zoontje doet het best goed, en toch willen we hem graag laten testen. Dat was in het begin zeker niet het geval. Na het fameuze bezoek aan Kind & Gezin, gingen we naar een auticoach. Is testen wel het beste voor hem? Kind & Gezin wou ons doorverwijzen, maar zelf twijfelden we. De auticoach heeft ons geholpen in te zien dat een diagnose veel voordelen kan hebben. Zo opent dat papier de deuren naar hulp en schept het duidelijkheid (voor de omgeving en voor henzelf). Haar ervaring was dat kinderen eigenlijk best wel goed met hun diagnose kunnen omgaan en het als een deel van zichzelf aanvaarden. (Zo lang de omgeving maar hetzelfde doet.) Kindjes die anders zijn en geen diagnose krijgen, kunnen zich heel hun leven afvragen wat er ‘mis is met hen’. In deze gevallen kan een stempel net goed zijn voor het zelfbeeld en heel wat ellende voorkomen.

Mijn man en ik willen ons zoontje laten testen en hopen zelfs op een diagnose (hoe gek dat misschien ook mag klinken). Voor ons zou dat papier duidelijkheid brengen (een kader waarbinnen we met anderen kunnen communiceren) en een stok achter de deur zijn voor het geval er bijvoorbeeld problemen opduiken op school.

Mijn man heeft zelfs schrik voor een leven zonder diagnose wat ons zoontje betreft. Zelf heeft hij zich altijd anders gevoeld en heeft hij nooit begrepen waarom. Hij kan nu zien dat hij zelf waarschijnlijk autisme heeft en dat heeft hem veel deugd gedaan. Er is een zekere rust gekomen. Hij begrijpt zichzelf beter. Dat willen we ook voor onze kleine man.

Onze kinderpsychiater wil echter niet bepaald meewerken.

In juli zijn we met onze zoon op een eerste gesprek geweest. Hij deed het echt heel goed. Hij kwam mooi tot spel, zocht contact met ons, heeft samen met ons een boekje 'gelezen', maakte 'oogcontact' met haar (we denken dat hij naar haar bril keek), ... Haar (voorbarige) conclusie: onze zoon heeft geen autisme. Hij volgt gewoon een eigen ontwikkelingspatroon en heeft misschien wel bijzondere aandacht nodig. Die vage zever vind ik persoonlijk vervelender dan een duidelijke diagnose. Maar oké. Wij zijn vooral boos omdat ze conclusies trekt op basis van haar eigen observatie van hooguit een uur en ons verhaal links laat liggen. Net zoals alle informatie die ook de school en het CLB intussen verzameld hebben.

Bovendien heeft de psychiater het bijvoorbeeld over deuren die zouden sluiten als ze een diagnose op onze kleine man zou plakken. In onze ogen gaan er alleen maar deuren open. Op school kan hij hulp krijgen, wij kunnen hulp krijgen, zijn taal kan actief mee ondersteund worden, … Dus hebben we gevraagd om hem toch te testen, ondanks haar advies. Wat ze nu ook gaan doen. Eind deze maand hebben we terug een afspraak en kunnen we eindelijk van start gaan met de diagnostische procedure. Na een viertal gesprekken zal de kinderpsychiater samen met haar team beslissen of er inderdaad sprake van autisme kan zijn en verder testen indien nodig.

Ik vind haar voorzichtigheid in het geven van diagnoses goed. Dat mag zeker zo blijven. Lange tijd heeft men dat niet gedaan en werden er veel kinderen die het eigenlijk niet nodig hadden gelabeld. Als tegenwind daarvoor is er dan de 'pas op met die stempels' beweging gekomen die volgens mij in een diagnose-angst is uitgemond waar we geen stap mee verder komen. In die angst zit onze kinderpsychiater nu vast...

Ze beschouwt een diagnose als iets negatief, als een 'deurensluiter'… Als onze zoon ons één ding geleerd heeft, dan is het dat 'anders zijn' zo mooi kan zijn en helemaal niets negatief is of toch niet hoeft te zijn. Negeren of doen alsof er niets is, dat kan erg negatief zijn. Daar komen wij noch hij een stap mee verder. Sinds wij van zijn autisme overtuigd zijn en hier rekening mee houden in onze aanpak, is hij met grote stappen vooruit beginnen gaan. Een diagnose kan dus echt in positieve zin het verschil maken. Hopelijk zal onze kinderpsychiater dit gauw inzien.

Kroelen met de kleine man.

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS

Brief aan de jarige


Mijn lieve jongen,

Nog even en je wordt drie jaar.  Zo groot al. De cliché’s over tijd zijn echt waar. Maar gelukkig ben je ook best nog wel klein. Je ligt nog steeds naast mama in bed en speelt met mijn haar voor je in slaap valt. Als je moe bent of pijn hebt, wil je het liefst op mijn schoot kruipen en dicht bij mama zijn. Als je iets leuk vindt, kijk je me trots aan en wil je jouw geluk met me delen. Ik kan nog steeds genieten van het geluid van jij die jezelf ‘s avonds in slaap tut en van wakker worden met de geur van ‘pipipamper’ op de achtergrond.

We weten nu een half jaar dat je autisme hebt (nog geen diagnose, maar mama en papa zijn zeker) en het is niet altijd gemakkelijk. Maar beseffen dat je een "ontwikkelingsstoornis" hebt, maakt het wel beter. Nu hebben mama en papa tenminste het gevoel dat we je beter begrijpen en kunnen we meer geduld opbrengen. Zo kan je nog steeds erg boos worden en kan je niet zeggen waarom. Mama en papa proberen je dan te troosten en het gevoel te geven dat we er voor je zijn. Vroeger durfden we al eens boos worden op jou om een driftbui of je in de hoek zetten. Dat voelde nooit echt juist en gelukkig weten we intussen waarom. Je boosheid mag er zijn en die proberen we nu gewoon te aanvaarden. We snappen dat je gevoelens soms zo overweldigend kunnen zijn dat je geen blijf meer weet met jezelf. Toch zal mama blij zijn wanneer je deze fase ontgroeid bent.

Je wil nog steeds niet praten. Natuurlijk gebruik je wel een paar woorden. Net genoeg om de belangrijkste dingen aan mama en papa verstaanbaar te maken. En je zou mijn zoon niet zijn, moesten de meeste woorden niet met eten te maken hebben: koek, ta (tomaat), ap (appel), ei, ka (chocolade) en ke (drinken). De andere helft van je woordenschat heeft met voertuigen te maken, of course: toet (auto of eigenlijk alles met wielen), 'ush' (bus) en nieuw is ook ‘actr’ (tractor). Verder zijn ‘kijk’ en ‘kaka’ (alles wat met pipi doen en het potje te maken heeft) heel belangrijke woorden in je leven.

Wist je trouwens dat mama heel trots is op jou? We zijn al een half jaar of langer rond zindelijkheid aan het werken en sinds enkele weken doe je flink pipi op het potje! Eindelijk ben je die natte broeken beu en kan je tegen je lichaampje zeggen wanneer het wel en niet pipi mag doen. Intussen ben je weeral bezig met de volgende stap: pipi leren doen op het grote toilet. Op reis in Duitsland is het al gelukt! Misschien kan je binnenkort ook op school plassen? Mama is alvast erg benieuwd en enthousiast!

Papa en ik geloven erg in jou. Natuurlijk, soms wanhopen we wel, maar dat is omdat mama en papa nog veel moeten leren, niet jij. Je hebt ons laten zien dat je echt heel wat in je mars hebt. Je ontwikkelt misschien anders dan andere kindjes, maar uiteindelijk kom je toch op hetzelfde punt terecht (of op een ander punt dat even goed is). Zo doe je het flink op school, nu ben je stilaan zindelijk en praten zal je ooit ook wel doen. Als jij daar klaar voor bent en er de zin van inziet, vooral dat laatste.

Mama is heel blij met jou. Je bent erg lief en komt graag knuffelen. Je houdt van auto’s en alles wat daarmee te maken heeft, je eet graag eitjes, spek en frietjes (tomaatjes en pasta hebben momenteel even afgedaan als dé lievelingsgerechten), na een plasje op het potje kijk je graag filmpjes op de GSM als beloning (filmpjes over auto’s, natuurlijk), papa is je grootste held en jij bent die van de zus en mama, het beste cadeau dat we je gegeven hebben is een abonnement op Plopsa, verder ben je zot van de oma en opa, je meter en onze beste vrienden (en zij zijn verzot op jou). Je kan al alleen inslapen ‘s middags, maar ‘s avonds heb je nog graag het gezelschap en het haar van mama. Je gaat graag wandelen, fietsen en spelen in de speeltuin bij ons in de buurt.

Je houdt niet van kleverige handjes, pleisters, eten morsen op je kledij, je broek die aan je enkels hangt terwijl je op het potje zit, het moment dat je uit bad moet komen en afgedroogd wordt, wakker worden, de zus die aandacht wil (vooral als je nog maar net wakker bent), plaatsen zonder internet (en dus geen filmpjes kunnen zien op de GSM van mama en papa), vreemde mensen die je aanspreken en mama en papa die ruzie maken (maar welk kindje houdt daar wel van).

Mama heeft het de laatste maanden moeilijk gehad en ik denk dat je haar soms gemist hebt. Voor jou (voor je zus en de papa) is ze zich nu aan het herpakken. Het was bovendien niet zo makkelijk om een zusje te krijgen en plots de aandacht van mama te moeten delen. Ook ik mis soms de periode waarin het nog wij met z'n tweetjes was (of drietjes als papa thuis was). Maar intussen zijn we een nieuw evenwicht aan het vinden en koester ik de band die we delen des te meer. Je bent mijn zoontje, mijn eerste baby, mijn speciale jongen. Ik hou zo ONMOGELIJK veel van je. To infinity and beyond.

Gelukkige verjaardag lieve schat!




BewarenBewaren

  • Digg
  • Del.icio.us
  • StumbleUpon
  • Reddit
  • RSS